Deze website gebruikt cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die we op uw computer plaatsen om uw gebruiksgemak op onze website te verbeteren. We gebruiken sessie cookies en permanente cookies. Dat doen we om uw voorkeurinstellingen te onthouden en om te weten dat u akkoord ging met het gebruik van cookies. Derden op onze website gebruiken mogelijk ook tracking en nog andere cookies. Klik hier voor ons volledig cookiebeleid en meer info over cookies.
Ik ga akkoord met cookies

Algemeen

Klimaat

Oudere artikelen

Commentaar bij hoofdstuk "Werk en sociale economie" van het Vlaamse regeerakkoord Jambon 1 in het groen.

Korte samenvatting kritiek in enkele krachtlijnen

* Verplichte gemeenschapsdienst is primitief 19e eeuws denken, zal veeel geld kosten en niet resulteren in tewerkstelling omdat het het luiheidsstigma bestendigd in plaats van doorbreekt. Zal terug afgeschaft worden, als men het al gelanceerd krijgt.

* Meer sociale economie = meer kosten. Deze jobs leveren geen staatsinkomsten op want gesubsidieerd. Dat zou op termijn wel zo zijn mits doorstroming maar doorstroming wordt verhindert door eveneens verplicht karakter dat eveneens luiheidsstigma bestendigd in plaats van doorbreekt.

* Hogere werkzaamheidsgraad = ook meer neveneffecten met meer kosten zoals kinderopvang en rusthuizen. Geen tijd voor gezin en kindjes = op termijn nog meer vergrijzing.

* Vergroten van de doelgroep van de VDAB (maal 2 of maal 3 is de ambitie) is goed idee maar Vlaamse regering onderschat volgens mij danig de kosten ervan die in de honderden miljoenen zullen oplopen indien de ambities volledig gerealiseerd zouden worden, wat ik net daarom dan weer betwijfel.

* Sociale voordelen afhankelijk maken van inkomen i.p.v. statuut is goed maar gaat ook geld kosten.

* Maatregelen ontbreken om druk te zetten op werkgevers om jongeren, ouderen, langdurig werklozen te prefereren boven Oosteuropeanen. Twee partijen die betrokken zijn in dit probleem. De werkloze door een deur trachten dwingen die de werkgever langs binnen gesloten houdt gaat niet werken en is bovendien sadistisch.

* Alle te verwachten extra uitgaven waarop ik wijs vind ik nergens terug in de begrotingstabellen.

WERK EN SOCIALE ECONOMIE

Uitdagingen en visie: op weg naar de arbeidsmarkt van de toekomst

De Vlaamse arbeidsmarkt bloeit als nooit tevoren, de Vlaamse werkzaamheidsgraad was met bijna 75% nooit eerder zo hoog, de Vlaamse werkloosheidsgraad nog nooit zo laag.

... en desondanks nog steeds een begrotingstekort ...

Wanneer ik even terug blik in het verleden van de betreffende statistieken dan valt mij iets zeer eigenaardigs op. Ik zie dan namelijk een correlatie tussen enerzijds werkzaamheidsgraad en anderzijds overheidsuitgaven en begrotingstekort.

Eigenlijk wordt er steeds een groter gedeelte van de bevolking geactiveerd om de steeds groter wordende overheidsuitgaven te kunnen financieren en om zo het overheidsapparaat steeds verder te kunnen uitbreiden. De werkzaamheidsgraad is de enige bankgarantie die een overheid kan voorleggen voor het bekomen van leningen om begrotingstekort mee aan te vullen en het is daarin dat het activeringsmotief van de overheid gezocht moet worden en zeker niet in altruisme. Daar komt bovendien ook de vergrijzing nog eens bovenop en ons pensioenstelsel waarbij de actieven van nu de huidige gepensioneerden moeten betalen. Ik stel mij dan eigenlijk de vraag wie men nog gaat activeren wanneer ooit in de voorbije legislatuur reeds 100 percent werkzaamheid bereikt was. Gaat men dan streven naar een werkzaamheidsgraad van 105 percent ?

Men vraagt zich ook nooit af wat de neveneffecten en kosten zijn van zo'n hoge werkzaamheidsgraad. Meer kinderopvang en meer rusthuizen en veel tweeverdieners die niet eens meer beginnen aan kinderen en dus op termijn nog meer vergrijzing ... die men dan probeert te compenseren met weer meer migratie. Wat is er verkeerd aan huisvrouw zijn ? Die is ook actief maar natuurlijk niet voor de VOKA baas en ook niet voor de staatskas. Een natuurlijke werkzaamheidsgraad bedraagt iets van een 60 percent. Alles wat daarbovenop komt is artificieel en geforceerd. Op dezelfde manier geforceerd als dat al onze consumptie geforceerd wordt. Moeten we echt zo trots zijn op zo'n hoge werkzaamheidsgraad ? We zijn aan het uitsterven en wat de Vlaming betreft is dat zeker niet te wijten aan te weinig werken.

Volgens mij is het plafond met 75 percent werkzaamheidsgraad al zowat bereikt. Men gaat daar met veel forceren en meer kosten dan eruit kunnen komen hooguit nog twee percent aan toe kunnen voegen en hoe moet het dan volgende keer verder met dat eeuwige groei model ? Tot zover in ieder geval de lange termijnvisie van Jambon1.

Onze economie staat echter voor een periode van ingrijpende transformaties. De digitale revolutie, demografische shift, toenemende migratiestromen, mondialisering van de concurrentie,… ze hebben een sterke impact op de arbeidsmarkt en leiden tot een structurele arbeidskrapte, competentiemismatch en grote verschuivingen in verwachte jobinhoud en profielen. Volgens de huidige prognoses volstaat het activeren van alle niet-werkende werkzoekenden niet om de verwachte vacatures in te vullen. Het effectief invullen van openstaande vacatures is dan ook de belangrijkste uitdaging voor het arbeidsmarktbeleid de komende jaren. Net zoals het realiseren van een loopbaanperspectief om mensen aan de slag te krijgen en te houden.

Arbeidskrapte is goed voor het loon en de onderhandelingspositie van de werknemer maar niet goed voor de VOKA baas uiteraard. Wat is het beste trouwens ? Teveel werk of te weinig ? Een overschot aan werk hebben is normaal gezien perfect maar niet zo binnen ons economisch eeuwige groei model. Een (al of niet tijdelijke ) stagnering van economische groei van ons land of een bedrijf is alleen maar problematisch door het beleid van de ECB waarmee ze dat eeuwige groei model opleggen.

Het is onze ambitie om ons te meten met de Scandinavische toplanden. De Vlaamse Regering doet daarvoor een beroep op onze belangrijkste troef: de Vlamingen. We bouwen aan een sterk en sociaal Vlaanderen door met z’n allen samen aan de slag te gaan. Hoe meer mensen aan de slag, hoe beter we onze welvaart op peil kunnen houden, en hoe beter we ondersteuning kunnen voorzien voor zij die het echt nodig hebben. De Vlaamse Regering wil daartoe de volgende jaren minstens 120.000 Vlamingen extra aan een job helpen. Een werkzaamheidsgraad van 80 procent is het doel.

Zweden heeft 82 percent werkzaamheidsgraad bereikt door 6 uren dagen/30 uren week (met loonbehoud) in te voeren. Zweden leven niet zoals Vlamingen om te werken maar werken om te leven. En hey wat zien we ? Met die mentaliteit komen ze verder dan wij want wij kijken naar hen op!

Om deze ambitieuze doelstellingen te bereiken is het noodzakelijk dat het federaal beleid ten volle flankerend en ondersteunend werkt ten opzichte van het Vlaams beleid. Binnen de Vlaamse bevoegdheden gebruiken we alle beschikbare instrumenten om zo veel mogelijk mensen op beroepsactieve leeftijd aan de slag te krijgen. Hiervoor slaan we de handen in elkaar met alle actoren die daartoe een bijdrage kunnen leveren: sociale partners, andere overheden, private dienstverleners, verenigingen,…

De Vlaamse arbeidsmarkt dient zich te ontwikkelen tot een open, flexibele en mobiele talentenmarkt waarin eenieder zijn of haar plaats kan vinden en waar transities van, naar en op de arbeidsmarkt snel en efficiënt verlopen. Loopbaanzekerheid komt in de plaats van jobzekerheid. We moeten elke Vlaming, ook zij die momenteel niet actief zijn op de arbeidsmarkt, overtuigen om zijn of haar loopbaan in eigen handen te nemen en die actief te gaan sturen, in functie van talenten, opportuniteiten, interesses en ambities.

65

We bieden daarom iedere Vlaming tot aan de pensioenleeftijd via een aanklampend activeringsbeleid een loopbaanperspectief en een actieve begeleiding naar tewerkstelling. We doen dit telkens op maat van het individu en in functie van zijn of haar afstand tot de arbeidsmarkt, onafhankelijk van statuut, geslacht, leeftijd, afkomst,…. We zijn solidair met wie het nodig heeft en bieden daarom ook maximale ondersteuning en begeleiding aan in de zoektocht naar werk waarbij bindende afspraken worden gemaakt. Wie niet actief naar werk zoekt en de gemaakte afspraken niet nakomt, wordt gesanctioneerd. Wie actief werk zoekt maar binnen de 2 jaar niet aan de slag kan, kan verplicht worden ingezet in gemeenschapsdienst. De Vlaamse overheid zal nauw toezien op de toepassing hiervan door lokale besturen en gemeenten die resultaten boeken belonen.

Men KAN verplicht worden hiertoe. Het KAN dus ook zijn dat men het niet oplegt. In de praktijk zal deze vaagheid er vrees ik op neerkomen dat allochtonen veelal vrijgesteld worden ... omdat zij zogezegd omwille van racisme geen werk vinden. Onze eigen mensen daarentegen zullen zowieso door het VDAB poco-personeel gezien worden als werkloos desondanks hun white privilege en dus diehard luiaarden.

Wat mij mateloos stoort aan de gemeenschapsdienst van Jambon1 is niet de gemeenschapsdienst zelf en het principe van voor wat hoort wat. Maar wel de manier waarop hij er zowieso bevooroordeeld en in echte 19e eeuwse elitaire Charles-Woeste-stijl vanuit gaat dat deze ethos de werkloze totaal vreemd is en dat hij dus gedwongen moet worden. Dat Jambon1 niet eens kan of wil bedenken dat de werkloze er misschien uit vrije wil toe bereid zou kunnen zijn en hem deze kans dus ook niet wil gunnen. Terwijl de verplichte gemeenschapsdienst volgens het Vlaamse regeerakkoord de werkloze de kans geeft om zijn werkbereidheid te tonen wordt hem deze kans precies door het verplichte karakter ervan volledig ontnomen. De gemeenschap zal op deze manier immers nooit weten of de werkloze tot het leveren van een tegenprestatie bereid zou zijn zonder ertoe gedwongen te worden. Het lijkt er sterk op dat de Vlaamse regering ook helemaal niet wil dat de gemeenschap dit te weten komt. De werkloze moet en zal lui zijn en zal in #sterkejan zijn 19e eeuwse neofeodale paradigma vastgeklonken blijven. Hij moet en zal de zondebok zijn van hun falende tewerkstellingsbeleid en van het deficiet van hun globalistisch economisch model. Bovendien wil #sterkejan er natuurlijk ook zijn rechterflank mee afdekken.

Jambon 1 zou langdurig werklozen ook gewoon kunnen uitnodigen om gemeenschapsdienst te doen. Zoiets zou niet soft zijn maar getuigen van doortastendheid en een echt verlicht paradigma in plaats van een louter voorgewend. Op de VDAB site zou een inschrijvingspagina aangebracht kunnen worden. En indien daar dan niet of ondermaats op gereageerd zou worden dan zou men nog steeds verplichten kunnen gaan overwegen. Indien dan zo'n werkloze op eigen verzoek gemeenschapsdienst zou gaan doen en vervolgens gaat solliciteren dan is dit omwille van het vrijwillige karakter wél een betrouwbare indicatie voor een eventuele werkgever van werkbereidheid en vormt die gemeenschapsdienst wél een meerwaarde voor de kansen van de langdurig werkloze. De werkgever weet dan immers ook dat de kandidaat zichzelf reeds ingeschakeld heeft uit eigen beweging. Een meerwaarde echter die nu door het verplichte karakter volledig tenietgedaan wordt en waarmee het beoogde doel ( tewerkstelling ) dan ook niet bereikt zal worden. Bij verplichte gemeenschapsdienst zal de werkgever de kandidaat immers nog meer zien als iemand die tot werken verplicht moest worden. Het stigma wordt zo nog groter en zo ook de aversie van de werkgever.

En na een tijd ( zes maanden bvb. ) kan dan nog geëvalueerd worden en gekeken hoeveel langdurig werklozen zich al dan niet hebben ingeschreven en ingeschakeld en iets gemaakt hebben van die gemeenschapsdienst. Een gedeelte van de werklozen die zich ingeschakeld hebben zullen zo intussen ook aan de slag geraakt zijn. Dat zijn resultaten die men via de media bekend kan maken. Daarmee kan men de anderen die nog niet onmiddellijk ingetekend hebben dan ook warm maken met reëel perspectief op een job. Een gedeelte zal inderdaad ook niet warm te maken zijn en daar kan men dan uiteindelijk terechte in plaats van op 19e eeuwse vooroordelen gebaseerde conclusies over trekken. Zo kan men dan wel het zg. kaf van het koren scheiden. De werklozen hebben dan wél een echte kans gehad om hun werkbereidheid te bewijzen. En wanneer dan de sociale controle vaststelt dat iemand langdurig werkloos is en geen gemeenschapsdienst doet dan kan ook met zekerheid terecht verweten worden. Ik ben dus voor alle duidelijkheid VOOR gemeenschapsdienst maar dan wel in de vorm van een positief en empowerent instrument en dat het stigma doorbreekt in plaats van bestendigd, zoals in het negatief en pessimistisch model van #sterkejan.

Zo'n vrijwillige gemeenschapsdienst zou tot slot ook veel minder controle nodig hebben en dus ook veel goedkoper te organiseren zijn. Want wees maar zeker dat in geval van een verplichte gemeenschapsdienst er per 10 werklozen een permanente opzichter nodig zal zijn, het is niet ondenkbaar dat uit frustratie werkmaterieel e.d. gesaboteerd zal worden.

Ik ben dan trouwens nog eens aan het rekenen geweest en een langdurig werkloze zijn dagvergoeding zou met 9 euro opgetrokken moeten worden om hem zo ook op het niveau officieel minimumloon te brengen voor de gepresteerde dagen. Intussen vernam ik ook ( maar dat staat niet zo in het regeerakkoord ) dat het om twee halve dagen per week zou gaan. Samen 1 dag dus. Er zijn ongeveer 56000 langdurig werklozen. 56000 x 9 x 12 x 4,5 (werkdagen per maand) = 27.216.000 euro zou dit kosten. Vlaanderen wil 40 miljoen euro/jaar wegsmijten aan aankoop van klimaatkredieten van Wallonië. Een nieuwe extra transfer dus van onze stoere "Vlaamse nationalisten" naar Wallonië en die de Walen dan zonder tegenprestatie aan hun werklozen kunnen uitdelen.

Tegelijk zal de VDAB haar activiteiten kritisch screenen en voldoende monitoring voorzien. Inzake opleiding zal ze prioriteit geven aan diegene die leiden tot integratie en activering op de arbeidsmarkt, voor andere opleidingen dooft de ondersteuning uit. Gezien de tijden van arbeidskrapte bieden we aan werkgevers extra ondersteuning voor het invullen van hun vacatures.

Om de goede werking van de arbeidsmarkt te verzekeren, volstaat het echter niet langer om ons toe te spitsen op de uitkeringsgerechtigde werkzoekenden. Alle beschikbare handen zullen nodig zijn voor de nieuwe en innovatieve jobs die de komende jaren het daglicht zullen zien. Een structurele verbreding van het activeringsbeleid en de ontginning van al het talent in Vlaanderen, op en naast de arbeidsmarkt, is dan ook noodzakelijk. We breiden daartoe de arbeidsreserve uit met burgers op beroepsactieve leeftijd die niet werken en niet ingeschreven zijn bij VDAB. In dat kader wordt de opdracht van de VDAB uitgebreid tot de centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur van het volledige activeringsbeleid in Vlaanderen, en wordt de samenwerking met lokale besturen en bedrijven versterkt. VDAB biedt een passend en sluitend aanbod aan haar klanten, dat zij vanuit een regisseursrol maximaal dient te bereiken in samenwerking met private en publieke partners. Waar andere private of publieke partners een onvoldoende en/of onvoldoende passend aanbod bieden, kan VDAB ook de actorrol op zich nemen.

Zowel werkzoekenden, als nieuwkomers en inactieven begeleiden we intensief met opleidingen, omscholingen en een traject naar werk. Nieuwkomers met een arbeidsperspectief worden verplicht om zich meteen bij de VDAB in te schrijven en het actief deelnemen aan een traject naar werk wordt een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject.

66

Inactieven zullen we zoveel mogelijk benaderen, zodat we samen met hen kunnen bekijken hoe ze naar de arbeidsmarkt begeleid kunnen worden, al dan niet via een specifiek opleidingstraject. We proberen zoveel als mogelijk in contact te komen met (al dan niet uitkeringsgerechtigde) inactieven die omwille van taal- culturele, huishoudelijke en/of andere redenen zich niet op de arbeidsmarkt begeven. We zetten in op de emancipatie van vrouwen met een migratie-achtergrond. De VDAB werkt hiervoor een aangepaste strategie uit. Met het oog op activering en op maatschappelijke integratie werken we de drempels weg die hen ertoe verhinderen aan het werk te gaan en dit door het aanbieden van een realistisch loopbaanperspectief.

De VDAB zal ook de lokale besturen nog meer ondersteunen bij hun activeringsbeleid voor leefloongerechtigden, door best practices nog beter te ontsluiten en samenwerkingsverbanden tussen kleinere, naburige gemeenten nog beter te faciliteren. We bieden volle transparantie over de resultaten en zullen dan ook rapporteren aan de federale overheid en aandringen op responsabilisering.

Voor vacatures die ondanks bovenstaande inspanningen niet met Vlaams talent kunnen ingevuld worden, kijken we naar de andere gewesten, de aanpalende grensregio’s en tenslotte ook in het buitenland. Daarom zetten we in op een versterkte interregionale mobiliteit en het aantrekken van buitenlands talent.

En dan verbaasd zijn dat de VOKA baas de neus optrekt voor eigen mensen met een "geurtje" van groenheid, grijsheid of luiheid! Water volgt de gemakkelijkste weg. Geef hem minder buitenlanders en hij zal het wel moeten doen met onze eigen mensen. De VOKA baas is wat bedorven geraakt en wil alleen nog witte raven en moet terug leren vreten wat de pot schaft!

Tegelijkertijd willen we alle Vlamingen voldoende ondersteuning bieden om de loopbaan in eigen handen te nemen, en zelf te werken aan loopbaanzekerheid. Zo kunnen ze zelf anticiperen op evoluties in de arbeidsmarkt, om langer met volle goesting aan de slag te kunnen blijven. We bieden hen een waaier aan instrumenten om hun loopbaan (bij) te sturen, maken maximaal gebruik van digitale mogelijkheden, ondersteunen levenslang leren, focussen op competenties, en stimuleren leren op de werkvloer. Ook een goede aansluiting van de opleidingen op wat de arbeidsmarkt vraagt, is van cruciaal belang. Daarom brengen we onderwijs en vorming dichter bij het bedrijfsleven. We bieden met het beleid ondersteuning om privé en werk te combineren, waarbij we kinderopvang flexibel en betaalbaar organiseren en voorrang blijven geven aan kinderen van werkende ouders en ouders die een opleiding volgen in het kader van een traject naar werk.

Ten slotte zetten we in op het maximaal benutten van alle talenten op de arbeidsmarkt. Het Vlaamse sociale economiebeleid is er op gericht om mensen met een heel grote afstand tot de arbeidsmarkt en een grote begeleidingsnood op maat te ondersteunen. Concreet staat daarbij een correcte financiering van de doelgroepwerknemers volgens hun rendementsverlies en begeleidingsnood centraal, evenals bijkomende plaatsen. Daarbij is het ook belangrijk dat we ervoor zorgen dat zij die kunnen doorstromen naar werk ook effectief doorstromen. Op die manier kunnen we blijvend inzetten op zij die de meeste nood hebben aan begeleiding.

De huidige doorstroomcijfers vanuit de sociale economie zijn werkelijk bedroevend (geen 10 percent). De reden daarvoor is dat die doorstroomambitie net zoals in deze beleidsverklaring weer heel mooi en krachtig geformuleerd en vooropgesteld wordt maar er nooit bij wordt gezegd hoe men dat op het terrein gaat realiseren en de reden daarvoor is dat men ook totaal geen idee heeft hoe. Men hoopt blijkbaar gewoon dat het zal gebeuren en al meer dan 20 jaar komt men niet verder dan dat. Sociale economie is veelal als vzw's vermomde bedrijven met winstoogmerk die dankzij dat statuut gebruik kunnen maken van gratis en door overheidssubsidies betaalde werkkrachten. Die maatwerkbedrijven maken bovendien ook veel echte jobs kapot en plegen roofbouw in de sectoren waarin ze actief zijn.

Ik wil hier even wat dieper op ingaan a.d.v. een concreet voorbeeld. Een kringloopwinkel ( maatwerkbedrijf met gesubsidiëerde werkkrachten) vestigt zich nabij een plein waar al sinds een eeuw elke zondag een rommelmarkt georganiseerd wordt en waar kleine zelfstandigen hun boterham dus verdienen. De kringloopwinkel is ook zondags geopend en treedt in rechtstreekse concurrentie met de rommelmarktkramers. Ze plegen echter concurrentievervalsing want de kringloopwinkel maakt gebruik van gesubsidiëerde werkkrachten die die niet of slechts gedeeltelijk moet betalen en heeft bovendien een voordeel wat betreft aanvoer van tweedehandsgoederen omdat bvb. het gemeentelijk containerpark naar hen doorverwijst en mensen soms zelfs verplicht om hun goederen naar hen te brengen. Door deze concurrentievervalsing moeten kleine zelfstandigen er de brui aan geven en de boeken dicht doen. Die worden dan werkloos. Na veel verwijten van de VDAB komen die bij het OCMW terecht en die stelt hen d.m.v. een art60§7 contract tewerk ... in de kringloopwinkel. Heeft die kringloopwinkel nu een baan gecreëerd ? Uiteraard niet. De kringloopwinkel heeft een vrije ondernemer geïncorporeerd in haar socialistische bestel en daar eigenlijk een horige van gemaakt! Meer en meer mensen komen in de sociale economie terecht en verdienen allemaal hetzelfde minimumloon. Waar hebben we zoiets al eens eerder gezien ? In het voormalig oostblok natuurlijk.

67

Al deze bijkomende inspanningen zijn nodig om alle Vlamingen, zonder onderscheid, warm te maken voor een job. Want een job is niet alleen de belangrijkste hefboom in de strijd tegen armoede, maar ook de sleutel naar persoonlijk en maatschappelijk welbevinden.

Concrete voorstellen

Werf 1 - Elk talent telt: alle arbeidspotentieel benutten

• Om de ambitieuze doelstellingen te bereiken willen we de huidige federale bevoegdheden met betrekking tot arbeidsrecht en sociale zekerheid ten volle flankerend en ondersteunend aan het Vlaamse beleid ingezet zien. We vragen de federale overheid de nodige maatregelen te nemen om de activering van werkzoekenden, leefloongerechtigden, anders actieven, SWT’ers en eventueel andere vervroegde uittredingsstelsels, langdurig zieken,… te versterken.

• We overleggen systematisch en structureel met de Vlaamse sociale partners over de maatregelen om de 80%-doelstelling te bereiken. Waar mogelijk en nuttig maken we tripartite akkoorden. De Vlaamse regering schept het kader waarbinnen het overleg met de sociale partners plaats vindt.

• We bieden elke Vlaming een loopbaanperspectief en een actieve begeleiding op maat naar tewerkstelling, tot aan de pensioenleeftijd.

• Niet langer het statuut of het uitkeringsstelsel, maar de competenties en de afstand tot de arbeidsmarkt bepalen de toegang tot de dienstverlening. Hierbij is er aandacht voor die groepen die ondervertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt. We werken verder aan kwaliteitsvolle instrumenten om de afstand tot de arbeidsmarkt correct in te schatten. Het statuut van een persoon mag geen belemmering vormen voor deelname aan begeleiding naar werk of opleiding. Via gerichte acties en incentives brengen we meer mensen, waaronder ook niet-uitkeringsgerechtigden, naar de arbeidsmarkt. We doen hierbij maximaal beroep op iedereen die een zinvolle bijdrage kan leveren.

Dit is op zich een goede maatregel maar zal de werkingskosten van de VDAB sterk opdrijven. Deze begeleiding is erg duur. Indien men al deze groepen mee wil gaan begeleiden dan komt dit neer op meer dan verdubbeling van de huidige doelgroep van de VDAB.

• We maken bovendien sociale voordelen verder afhankelijk van de hoogte van het inkomen en niet langer van een sociaal statuut als bijvoorbeeld niet-werkende. Op die manier vermijden we inactiviteitsvallen en dat niet-werken lonender is dan werken.

Eveneens goede maatregel. Het loskoppelen van voordelen en faciliteiten van het statuut is een verstandige zet van Jambon 1 en een algemeen lovenswaardig principe maar gaat wel geld kosten omdat meer mensen zo toegang zullen krijgen tot die voordelen!

• De vergoeding voor nieuwe uitkeringsgerechtigde werkzoekenden om een opleiding te volgen (stimulanspremie) schaffen we af en zetten we in voor inactieven zonder uitkering die een beroepsopleiding volgen en daarmee aan werk geraken. Aan andere tegemoetkomingen raken we niet.

Niks op tegen om dit te proberen maar die "inactieven" zonder uitkering zijn meestal mensen die door een partner onderhouden worden en die noch aan die opleiding noch aan die premie een boodschap hebben en hun handen doorgaans reeds vol hebben met het grootbrengen met de volgende generatie financiers van de pensioenen. Slechts een klein gedeelte van deze mensen zal men hiertoe kunnen verleiden. Men beseft dat ook en probeert daarom ook te verleiden met die premie. Aangezien deze mensen geen uitkering hebben kan men hen niks afpakken en dus is er ook geen drukkingsmiddel. Deze mensen zijn vrij! En hier zien we dan ook de echte reden waarom onze overheid oorlog voert tegen het traditionele gezin. Dat traditionele gezin maakt mensen namelijk vrij en overheid kan er geen dwang op uitoefenen.

68

• Werken moet lonen. Om het verschil tussen werken en inactiviteit te vergroten en tevens de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen verder te verhogen, wordt er vanaf 2021 een Vlaamse jobbonus ingevoerd. Die bedraagt minimaal 600 euro op jaarbasis voor mensen die voltijds werken en hierbij tot maximaal 1.700 euro bruto per maand verdienen. Het bedrag van de Vlaamse jobbonus wordt vervolgens uitgefaseerd richting een bruto maandloon bij voltijdse prestatie van 2.500 euro. Bij het bepalen van de hoogte van het bedrag van de Vlaamse jobbonus houden we ook rekening met het werkelijk aantal gepresteerde uren.

Jambon 1 wil geen werkende armen in Vlaanderen maar blijft mij het antwoord schuldig op de vraag wat zijn gemeenschapsdienst presterende werklozen dan gaan zijn. Jambon 1 erkend dus ook dat mensen met het minimumloon heden ondermaats beloond worden voor hun werk door hen deze jobbonus toe te kennen. Of m.a.w. dat het minimumloon van omstreeks 1300 euro per maand nog steeds zeer krap is om goed rond te komen. #sterkejan weet dat dus zeer goed. Maar zijn gemeenschapsdienst presterende werklozen zullen desondanks moeten werken voor nog eens een 300 euro per maand minder. Een klasse van working poor opheffen m.a.w. en tegelijkertijd een klasse van working (extreme) poor bij creëeren. Je moet er maar op komen! Tegen dat de Vlaamse regering deze jobbonus trouwens goed en wel heeft ingevoerd is die weeral terug opgevreten door inflatie. Misschien kan Jambon 1 aan de federale overheid ook nog vragen om de brandstofaccijns nog wat te verhogen zodat de prijzen van alle consumptiegoederen nog wat meer stijgen. En wat lees ik nog elders in deze regeringsverklaring ? De Vlaamse regering gaat de prijs van de elektriciteit ook nog wat verder opdrijven door nog meer onrendabele vogelverhakselaars, euhm windmolens bij te plaatsen op bevel van een zweedse dropout die volgens mij dan weer wel gebaat zou kunnen zijn met verplichte gemeenschapsdienst.

• We zijn solidair met wie het nodig heeft en streng voor wie de sociale zekerheid misbruikt. We bekijken op regelmatige basis of een rechthebbende nog voldoet aan de voorwaarden van zijn uitkering of premie, zodat de ondersteuning wordt voorzien voor wie het echt nodig heeft.

1.1 Een gepersonaliseerde en resultaatsgerichte aanpak voor elke werkzoekende

• Elke werkzoekende kan rekenen op een kwaliteitsvolle dienstverlening op maat, op basis van zijn afstand tot de arbeidsmarkt. Iedereen met een opleidings- of werkervaringsnood geven we een arbeidsmarktgerichte traject met opleiding of werkervaring.

• We co-creëren de opleidingen in samenwerking met andere publieke en private opleidingsverstrekkers en werkgevers, en schakelen hen actief in om werkzoekenden op te leiden en bij te scholen. We bieden ondernemingen hiertoe de nodige ondersteuning.

co-creëren ... hippe woorden maken geen beleid !

• We zetten in op een aanklampend activeringsbeleid, waarbij we elke ingeschreven werkzoekende begeleiding op maat aanbieden. Elke ingeschreven werkzoekende wordt binnen 2 maanden gescreend op afstand tot de arbeidsmarkt. Binnen 3 maanden maken we bindende afspraken met elke niet-zelfredzame uitkeringsgerechtigde werkzoekende over te volgen stappen zoals opleiding, werkervaringstraject of sollicitatieopdrachten. Ook de zelfredzamen worden verder opgevolgd.

• Iedere werkzoekende die niet actief werk zoekt en afspraken niet nakomt, wordt gesanctioneerd. Wie actief werk zoekt maar binnen 2 jaar niet aan de slag kan, kan verplicht worden ingezet in gemeenschapsdienst. De Vlaamse overheid zal nauw toezien op de toepassing hiervan door lokale besturen en gemeenten die resultaten boeken belonen.

Jaja #sterkejan het is nu al goed hoor met je stokpaardje. Je valt in herhaling.

• Het Versnellingsplan van VDAB met o.a. het versneld screenen van de langdurige werkzoekenden wordt versterkt uitgevoerd.

69

• We verkorten de procedure en doorlooptijd van de sanctionering en zien erop toe dat deze op een uniforme wijze wordt toegepast.

• Digitale communicatie met de werkzoekende zoals per mail, sms en via Mijn Loopbaan maken we juridisch sluitend. Wie onvoldoende digitale vaardigheden heeft sporen we proactief op en scholen we snel bij, zodat de zelfredzaamheid verhoogt.

• We leiden werkzoekenden en inactieven maximaal op de werkvloer op. Wie wegens zijn of haar afstand tot de arbeidsmarkt nood heeft aan begeleiding, bieden we via een rugzakje ondersteuning op de meest aangewezen werkervarings- of opleidingsvloer.

Rugzakje ? Mja de oververmoeide nachtelijke onderhandelaars zijn vergeten uit te leggen wat ze met zo'n rugzakje bedoelen natuurlijk. Ik heb ook eens zo'n rugzakje gekregen en dus zal ik het dan maar uitleggen. Zo'n rugzakje is een bedrag aan opleidingscheques die je dan mag opsmossen bij allerlei hippe opleidingencentra her en der in het land.

• We schatten de nood aan taalopleiding van een werkzoekende in, in functie van zijn of haar jobdoelwit en de concreet beschikbare vacatures, en voorzien een traject met voldoende en flexibel aanbod op maat, al dan niet geïntegreerd met het volgen van een beroepsopleiding of stage. Nederlands wordt, naast het verwerven van de technische competenties, in de geïntegreerde trajecten beschouwd als finaliteit van de opleiding. Ook op de werkvloer zetten we in op het wegwerken van taalbarrières. We zorgen voor een vlotte gegevensuitwisseling tussen alle actoren met een taalaanbod, zodat VDAB een sluitend zicht krijgt op de verworven competenties.

• We hebben ook aandacht voor geletterdheid. We verwijzen hiervoor naar het Strategisch Plan geletterdheid 2017 – 2024.

• Voor nieuwkomers met een arbeidsperspectief voorzien we een voldoende en flexibel aanbod NT2.

Aanbod NT2 ? Die heb ik ook moeten opzoeken hoor.

• Via de doelgroepverminderingen blijven we inzetten op het activeren van personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. We blijven de volgende doelgroepen voorzien: jongeren, ouderen en personen met een arbeidshandicap. Maar idealiter krijgt iedere werkzoekende die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en waarbij een RSZ korting of premie een effectief instrument is, een individuele korting op maat. Met dit voor ogen en in overleg met de sociale partners wordt het doelgroepenbeleid zo hervormd ten laatste tegen begin 2021. Ook de premie voor langdurig werkzoekenden wordt in die hervorming meegenomen.

De groepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt zijn mindervaliden, jongeren, ouderen en langdurig werklozen. Met deze maatregel laat de overheid een pak inkomsten vallen en dus kunnen we ervan uitgaan dat ze dat zeker niet zomaar zullen doen en dat het hier dus zeker over reëele problemen gaat. Of m.a.w. Jambon 1 weet dus eigenlijk maar al te goed dat de VOKA baas deze mensen gewoon niet wil. In de praktijk is het zo dat de werkgever mensen wil aanwerven of niet. En indien hij dan toch iemand wil aanwerven dan wordt bekeken of dit eventueel gaat via een doelgroepvermindering. Dit voordeel gaat de werkgever dan uiteraard niet laten liggen maar de praktijk wijst uit dat iemand kiezen louter omwille van deze mogelijkheid eerder weinig gebeurt. Een alternatieve manier om de werkgever te prikkelen om langdurig werklozen een kans te geven schreef ik hier uit. Er is gewoon nood aan een lossere manier om de samenwerking te beginnen tussen werkgever en een werknemer die hij als een riskante belegging ziet. Men moet ook de druk op de werkgever niet schuwen naar mijn mening. Dit is ons land en onze arbeidsmarkt en niet die van de VOKA baas. Wanneer de VOKA baas werkloosheid veroorzaakt door voorrang te geven aan Oosteuropeanen ten koste van jongeren, ouderen, langdurig werklozen en dus zo onze sociale zekerheid op kosten jaagt presenteer hem daar dan de rekening voor. Eigenaardig toch dat het geen taboe is om hem onder druk te zetten om migranten aan te werven maar wel als het op deze groepen aankomt. Ook veelzeggend is dat allochtonen intussen al geen doelgroepvermindering meer nodig hebben en dus blijkbaar wel vlot aangeworven worden. Ach een allochtoon in het bedrijf heeft uiteraard een PR-hipzakbonus die een blanke oudere of een jongere niet heeft.

• Werkzoekenden die niet meteen in het normaal economisch circuit (NEC) terecht kunnen, kunnen relevante ervaring en (generieke) competenties verwerven via o.a. wijk-werken of tijdelijke werkervaring, of kunnen terecht in de sociale economie. Wie actief werk zoekt en er na 2 jaar, ondanks de ondersteunende maatregelen, niet in slaagt om werk te vinden, kan verplicht worden ingezet in gemeenschapsdienst. De gemeenschapsdienst is een nieuwe Vlaamse activerende maatregel voor werkzoekenden met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt die het opbouwen van arbeidsritme mogelijk maakt en hen de mogelijkheid geeft hun werkbereidheid te tonen. De gemeenschapsdienst maakt steeds onderdeel uit van een begeleid traject naar werk en zorgt ervoor dat verworven (generieke) competenties op peil gehouden en versterkt worden. Van zodra de gemeenschapsdienst operationeel is, hevelen we de voormalige PWA’ers (met behoud van rechten) hierin over. VDAB en lokale besturen nemen – elk vanuit de eigen opdracht – de regie van de trajecten op. De activiteiten die onderdeel uitmaken van de maatregel worden door lokale besturen bepaald in overleg met VDAB.

Derde keer over die gemeenschapsdienst. Begeleid traject naar werk is vaag. De overheveling van PWA'ers (met behoud van rechten ) is ook niet erg concreet verwoord. Geen idee wat ze hiermee bedoelen. Ik betwijfel trouwens of veel lokale besturen hierop zitten te wachten en indien ze dat wel doen dan zal het zijn om kosten te besparen en zo zal de gemeenschapsdienst dan echte jobs bij de gemeenten kosten zoals ook tegen gewaarschuwd werd door o.a. Noël Slangen.

Wat de sociale economie en de doorstroming naar de gewone arbeidsmarkt betreft geldt ook hetzelfde perceptieprobleem als bij de gemeenschapsdienst. Eigenlijk zijn dit al vormen van verplichte gemeenschapsdienst maar waarbij dan wel het minimumloon gerespecteerd wordt. Bij een sollicitatie vermelden dat je in de sociale economie werkt of gewerkt hebt is absoluut geen troef op je C.V. Wel integendeel kan je het beter niet vermelden en iets anders in de plaats verzinnen. Dat is eigenlijk wat je in de praktijk al bijna zou moeten doen als langdurig werkloze. Je moet gewoon je gaten in je C.V. opvullen met leugens en nep werkervaring. De oorzaak hiervan is dat sociale tewerkstellingen dus ook verplicht worden ( op straffe van verlies van uitkering ) en de werkgever weet dat en wil geen mensen waarvan hij denkt dat ze verplicht moesten worden. Zoiets ziet hij echt niet zitten in zijn bedrijf. Het probleem van de zeer geringe doorstroming vanuit de sociale economie zou dus ook opgelost kunnen worden door het verplichten achterwege te laten. De werkgever gaat dan weten dat de kandidaat daar werkt uit eigen beweging en dus wil werken en zo iemand ziet hij wel zitten op zijn werkvloer.

70

• We overleggen met de federale instanties om ervoor te zorgen dat vrijwilligerswerk door de gewestelijke bemiddelingsdiensten kan worden vrijgesteld in een traject naar werk.

• Ondernemerschap stimuleren we op alle leeftijden als een evenwaardige keuze. We bieden de keuze tot ondernemerschap proactief aan iedere werkzoekende en leerling als stap in een traject naar werk, en bieden ondersteuning en begeleiding.

• We zetten in op activerende en competentieversterkende maatregelen en doven daarom de passieve tewerkstellingsmaatregelen DAC en GESCO versneld uit tegen 2030. De betrokken personen worden indien nodig actief begeleid naar een nieuwe job.

Gesco is ook een variant van gesubsidieerde sociale tewerkstelling. Het is bijna grappig om te zien dat dit nog steeds opduikt want al zolang ik me kan herinneren probeert men deze formule af te bouwen maar blijkbaar is men daar na meer dan 20 jaar nog altijd niet in geslaagd. Ook Gesco is m.i. communisme maar dan net zoals art60§7 wel tenminste nog met respect voor het mimimumloon. Hetzelfde probleem stelt zich bij Gesco inzake doorstroming omwille van de perceptie ten gevolge van het verplichte karakter ervan.

1.2 Activering van kwetsbare groepen en inactieven

• We breiden de arbeidsreserve uit met burgers op beroepsactieve leeftijd die niet werken en niet ingeschreven zijn bij VDAB. Deze inactieven vormen een heterogene groep met uiteenlopende statuten. Sommigen ontvangen een sociale uitkering (bv. leefloongerechtigden, RIZIV-gerechtigden), anderen niet (bv. huisvrouwen/mannen, ex-zelfstandigen).

• We werken een strategie uit op maat van elke doelgroep om hen maximaal te begeleiden naar de arbeidsmarkt binnen de Vlaamse hefbomen die ter beschikking zijn.

• Met het oog op re-integratie van arbeidsongeschikten en langdurig zieken op de arbeidsmarkt voorzien we een aanbod op maat en versterken we de samenwerking tussen VDAB, RIZIV en de ziekenfondsen.

• In overleg met de federale overheid versterken we de mogelijkheden voor progressieve tewerkstelling voor mensen met een RIZIV-uitkering. De Vlaamse regering wil uiterlijk binnen de 3e maand na de start van de arbeidsongeschiktheid bekijken of een re-integratie bij de huidige of bij een nieuwe werkgever mogelijk is en wil dat uiterlijk voor de 5de maand van de ziekte of arbeidsongeschiktheid voor wie dit mogelijk en opportuun is een concreet en verplicht re-integratietraject wordt opgestart. Dit traject gaat uit van een multidisciplinaire aanpak waarbij de VDAB tijdig betrokken wordt.

• We versterken de samenwerking tussen VDAB en lokale besturen met het oog op maximale activering van leefloongerechtigden en werkzoekenden. De bestaande samenwerkingsverbanden tussen VDAB en de lokale besturen worden uitgebreid en waar mogelijk geconcretiseerd. Er worden concrete engagementen in opgenomen. We ontsluiten best practices nog beter en faciliteren samenwerkingsverbanden tussen kleinere, naburige gemeenten. We bieden volle transparantie over de resultaten en zullen dan ook rapporteren aan de federale overheid en aandringen op responsabilisering.

71

• Het gebruik van wijkwerken en tijdelijke werkervaring wordt verder gestimuleerd. We bieden de lokale besturen voldoende ondersteuning om deze opdracht optimaal en efficiënt uit te voeren. We stimuleren lokale besturen ook om meer samenwerkingsverbanden aan te gaan met de private sector in het kader van werkervaringstrajecten.

• Voor mensen met een medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problematiek (MMPPS) verhogen we het aantal werk-zorg trajecten in functie van de noodzaak en binnen het voorziene groeipad. Voor definitief niet-toeleidbaren vragen we de federale overheid om een apart statuut te voorzien, buiten de werkloosheidsverzekering.

• Niettegenstaande de vooruitgang in werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap, werkt de VDAB verder aan een aangepaste beleid om hun werkzaamheidsgraad verder te verhogen. De Vlaamse overheid neemt hierbij een voorbeeldrol op.

• Elke nieuwkomer met een arbeidsperspectief die in aanmerking komt voor een inburgeringstraject, schrijft zich binnen de twee maanden verplicht in bij de VDAB. VDAB begeleidt ook hen actief op maat naar een job van het gepaste niveau, in nauwe samenwerking met alle betrokken instanties. Actief meewerken in een traject naar werk maakt deel uit van het inburgeringstraject. Daartoe zetten we in op een automatische gegevensuitwisseling tussen VDAB, Agentschap Inburgering en Integratie, lokale besturen en onderwijs. De samenwerking en doorstroming wordt structureel opgevolgd door een stuurgroep onder toezicht van de betrokken ministers. We zetten ook verder in op de samenwerking met Fedasil.

• Om er voor te zorgen dat nieuwkomers sneller op hun niveau inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt, verbeteren we de werking van het National Academic Recognition Information Center (NARIC) met betrekking tot de erkenning van buitenlandse diploma’s.

• Personen in ondertewerkstelling helpen we aan bijkomende tewerkstellingskansen. We voeren de controle op de beschikbaarheid van IGU-gerechtigden gradueel op, te beginnen in sectoren waar bijkomende tewerkstelling op dezelfde locatie mogelijk is. Zolang het SWT-stelstel nog bestaat, blijven we de personen in dit stelsel actief bemiddelen naar een nieuwe tewerkstelling. Indien nodig worden ze gesanctioneerd.

Dat men het brugpensioen laat uitdoven omwille van de vergrijzing ga ik niet bekritiseren en is geen nieuwe maatregel en ook dat deze mensen in principe beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt. Maar deze mensen nu zonodig ook gaan sanctioneren doet mij eigenlijk denken aan hoe nazi duitsland op het laatste van de oorlog ook de ouderen mobiliseerde en naar het front riep. Een zeer luguber desperado teken aan de wand eigenlijk. Stel je maar eens voor dat een 62 jarige gesanctioneerd wordt omdat hij niet wil werken!

• We investeren verder in een real-time data-uitwisseling tussen Onderwijs en VDAB, zodat jongeren die ongekwalificeerd de school verlaten automatisch worden ingeschreven bij VDAB en meteen kunnen begeleid worden naar een job. Voor de bemiddeling van ongekwalificeerde NEET-jongeren (Not in Employment, Education or Training) werkt de VDAB nauw samen met partners, waarbij zowel preventief als outreachend wordt gewerkt.

72

• We proberen zoveel als mogelijk in contact te komen met inactieven – al dan niet uitkeringsgerechtigd - die omwille van taal-, culturele, huishoudelijke en/of andere redenen zich niet op de arbeidsmarkt begeven. Met het oog op activering en op maatschappelijke integratie werken we de drempels weg die hen er van weerhouden aan het werk te gaan, en dit door het aanbieden van een realistisch loopbaanperspectief en het zichtbaar maken van hun competenties.

• We zetten in op de emancipatie en tewerkstelling van vrouwen met een migratieachtergrond. Het activeren van deze groep vaak laag- of kortgeschoolde vrouwen is essentieel in de bestrijding van armoede en uitsluiting. De VDAB werkt hiervoor een aangepaste strategie uit en schakelt hiervoor partners in.

1.3 Sociale economie

• We laten meer ruimte voor ondernemerschap. Daarom stimuleren we sociale innovatie en scheppen we een ondernemingsklimaat voor die bedrijven om zelf activiteiten te ontplooien en economisch te versterken, zodat zij zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen.

• De sector wordt verder gemonitord.

• We bekijken of en hoe we een terugvalpositie kunnen bieden voor zij die doorstromen van sociale naar reguliere economie.

• We realiseren bijkomende plaatsen voor sociale economie, met daarbij aandacht voor zowel individueel maatwerk als collectief maatwerk en arbeidszorg.

Al die sociale economie kost bakken vol geld mensen en aangezien de lonen gesubsidieerd zijn kost het de gemeenschap eigenlijk nog meer dan de uitkeringen.

Versterken collectief maatwerk

• We zetten in overleg met de federale overheid in op de uitrol van het nieuwe kader ‘maatwerk’ door een harmonisering van de statuten (RSZ-categorieën) van de voormalige beschutte en sociale werkplaatsen. Hierdoor komt er een transparante, correcte en gelijke behandeling van alle sociale economiebedrijven.

• We volgen de doorstroom vanuit sociale economie naar het NEC sterk op en indien het individu er voor klaar is, begeleiden we hem/haar maximaal naar werk. We gaan na hoe bedrijven beloond kunnen worden die werknemers succesvol laten doorstromen.

Uitrol individueel maatwerk

• We zetten verder in op het inschakelen van reguliere werkgevers in de tewerkstelling van doelgroepwerknemers d.m.v. de invoering van ‘individueel maatwerk’ (hervorming van de oude SINE-maatregel). Op die manier krijgen alle werkgevers de mogelijkheid om doelgroepwerknemers met een rendementsverlies en begeleidingsnood te werk te stellen. Daarmee wordt ook de doorstroom naar het NEC verder ondersteund.

73

• De Lokale Diensteneconomie-initiatieven hervormen we naar individueel maatwerk. De Lokale Diensteneconomie-initiatieven kunnen zich verder ontplooien in het kader van het individueel maatwerk. De combinatie van individueel maatwerk en klaverbladfinanciering blijft mogelijk.

1.4 Een gepersonaliseerde en resultaatsgerichte aanpak voor elke werkgever

• We werken een klantvriendelijk, gepersonaliseerd en administratief eenvoudig dienstverleningsmodel uit voor werkgevers, met behulp van de nieuwste technologische mogelijkheden. Dit dienstverleningsmodel voorziet – naast informatie over de dienstverlening van VDAB – een overzicht van alle Vlaamse ondersteunende maatregelen inclusief de Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende maatregelen (BTOM) zoals o.a. de Vlaams ondersteuningspremie (VOP).

• We zorgen er voor dat ondernemingen volledig en direct geïnformeerd zijn over de verschillende mogelijkheden en kanalen om hun vacatures ingevuld te krijgen met behulp van de VDAB. De communicatie moet helder en transparant zijn.

• VDAB adviseert bedrijven, zowel grote ondernemingen als kmo’s, bij het competentiegericht uitschrijven en invullen van hun vacatures. Er wordt een sterke wisselwerking behouden met de bedrijven die beroep doen op de VDAB voor het invullen van hun vacatures.

• We schakelen werkgevers actief in om op een laagdrempelige manier feedback te geven aan sollicitanten en de VDAB, zodat we gericht kunnen werken aan ontbrekende vaardigheden of motivatie in functie van de concrete vacature. De feedback van werkgevers aan VDAB wordt verwerkt in de verdere begeleiding van zowel werkgever als werkzoekende.

Alsof werkgevers hier tijd in gaan steken en zich gaan laten inschakelen. Ze zullen rap zijn.

• We blijven met de sectoren werk maken van geïntegreerde strategieën voor hun arbeidsmarktuitdagingen.

• We brengen sectorale werkgeversorganisaties rond de tafel om hen aan te zetten onderling oplossingen te zoeken voor wederzijdse overschotten en tekorten aan competenties.

• We gaan proactief de dialoog aan met sectoren waar vele werknemers voor heroriëntatie staan als gevolg van nakende grote disrupties en sturen aan op het inzetten van de betrokken sectorfondsen als loopbaan- en transitiefondsen. Met behulp van competentieprognoses en intersectorconvenants ondersteunen we deze transities.

74

1.5 Arbeidsmobiliteit en -migratie

• Aantrekken van talenten blijven we doen volgens het ‘concentrisch’ bemiddelingsmodel: eerst in Vlaanderen, dan in de andere gewesten (via samenwerking met Le Forem, Actiris en ADG), de aanpalende grensregio’s en tenslotte in het buitenland (ook buiten de EU). Het nieuwe samenwerkingsakkoord met Brussel krijgt prioritair onze aandacht.

• We vergroten het aantal werkzoekenden van Brussel en Wallonië dat in Vlaanderen een vacature vervult, als gevolg van een versterkte samenwerking tussen de VDAB, Le Forem en Actiris op vlak van de automatische vacature-uitwisseling. We blijven ook investeren in de inschakeling van Franse en Nederlandse werkzoekenden in Vlaanderen en verbeteren de mogelijkheden voor werkgevers op vlak van de verspreiding van hun vacatures in de grensregio’s.

• We voeren het hervormde beleid inzake arbeidsmigratie onverkort uit, gericht op het aantrekken van hooggeschoolden, en middengeschoolden in knelpuntberoepen. We zorgen voor een korte doorlooptermijn voor zowel het luik Werk als het luik Verblijf. Hiertoe richten we snel een gemeenschappelijk elektronisch platform op dat het mogelijk maakt om gegevens en documenten op elektronische wijze te verzamelen en uit te wisselen tussen de diensten die bevoegd zijn voor de behandeling van de aanvragen voor een gecombineerde vergunning.

• We voeren een aantrekkingsbeleid voor buitenlandse ambitieuze ondernemers en innovatief talent (beroepskaarten), rekening houdend met de innovatieve en economische meerwaarde.

Werf 2 - Loopbaanzekerheid voor iedereen

• De transitie tot een open, flexibele en mobiele talentenmarkt vereist de omslag naar levenslang leren, naar een echte leercultuur met scholing, omscholing en bijscholing gedurende de hele loopbaan. We richten ons op landen als Denemarken, Finland, Zweden. We werken zoveel als mogelijk drempels weg die bijdragen aan arbeidsmarktparticipatie en die leiden tot een versterking van de loopbaan, voor alle opleidingsniveaus, voor alle leeftijden,…

• We stimuleren de Vlaming om hun loopbaan in eigen handen te nemen. Daartoe maken van Mijn Loopbaan van de VDAB het loopbaanplatform voor elke Vlaming. Via slimme data maken we mensen proactief bewust van de loopbaankansen en bedreigingen op de arbeidsmarkt. We bieden hen een waaier aan instrumenten om hun loopbaan (bij) te sturen, en voorzien een digitaal paspoort over gevolgde opleidingen en competenties.

75

• Tegelijk zal de VDAB haar activiteiten kritisch screenen en voldoende monitoring voorzien. Inzake opleiding zal ze prioriteit geven aan diegene die leiden tot integratie en activering op de arbeidsmarkt, voor andere opleidingen dooft de ondersteuning uit. Ook de kwaliteit van de dienstverleners, zowel bij opleidingen als loopbaanbegeleiding, wordt verder bewaakt.

• We voorzien een individuele leer- en loopbaanrekening als een persoonsvolgend ontwikkelbudget. Via een persoonlijke portefeuille stimuleren we het opnemen van rechten, en maken we de bestaande opleidingsincentives eenvoudiger, overzichtelijk(er) en overdraagbaar.

• We bevorderen een cultuur van levenslang leren en stimuleren de leerbereidheid opdat de Vlaming mee is met de verschillende transformaties die plaatsvinden en zijn of haar talenten maximaal ontplooit en inzet op de werkvloer. Het flankerend beleid aan de aanwezige opleidingsincentives wordt verder uitgerold conform het VESOC akkoord van 11 juli 2017.

• Ingebed in het VDAB loopbaanplatform ontwikkelen we een slimme digitale tool die de Vlaming beter wegwijs maakt in het private en publieke arbeidsmarktgerichte opleidingsaanbod.

• Leren op de werkvloer wordt een belangrijk principe doorheen de gehele loopbaan, zowel voor leerlingen, werkzoekenden als werknemers.

• We verliezen vaak teveel tijd eer we ontslagen werknemers aan een job kunnen helpen. We ontwikkelen daarom een beleid om hen sneller perspectief te bieden op een nieuwe job.

• We maken van jobverlies een loopbaankans. We sensibiliseren actief tot herscholing van de betrokkenen naar knelpuntberoepen. We maken de vaardigheden en competenties van de betrokken zichtbaar door tijdens de loopbaan en na een eventueel ontslag, in samenspraak met de werkgevers, een competentievisum op te stellen.

• We moedigen zowel buiten als binnen de Vlaamse overheid jobrotatie aan, alsook het uitlenen of delen van werknemers tussen organisaties.

2.1 Dienstverlening op maat van een performante en klantgerichte overheid

• Om de vele uitdagingen het hoofd te bieden hebben we nood aan een sterke regisseur met een brede opdracht. We breiden de opdracht van VDAB uit tot de centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur in Vlaanderen, van waaruit we een integraal beleid voeren inzake controle en bemiddeling, activering en begeleiding naar en op de arbeidsmarkt, opleiding en loopbaanbegeleiding, en dit zowel naar ondernemingen, werkzoekenden, werknemers als naar niet-actieven. VDAB biedt een passend en sluitend aanbod aan haar klanten, dat zij vanuit een regisseursrol maximaal dient te bereiken in samenwerking met private en publieke partners. Met versterkte samenwerkingen en uitbestedingen wordt de expertise van partners in huis gehaald. Waar andere private of publieke partners een onvoldoende en/of onvoldoende passend aanbod bieden, kan VDAB ook de actorrol op zich nemen.

76

• We bouwen de rol van VDAB als dataregisseur verder uit, met een ‘open services’ platform waarop informatie wordt opgebouwd en uitgewisseld met alle partners. We benutten ten volle de nieuwste technologieën zoals artificiële intelligentie, chatbots en block chain om de performantie en effectiviteit van de matching, toeleiding en loopbaanondersteuning te verhogen. Daardoor kunnen we de beschikbare bemiddelingscapaciteit maximaal inzetten voor de mensen die daar het meeste nood aan hebben.

• De uitdagingen van de arbeidsmarkt zijn tevens de uitdagingen van VDAB. Met de rol van VDAB als loopbaanregisseur en de bijkomende opdrachten (bv. ten aanzien van lokale besturen) is het cruciaal dat de medewerkers van VDAB in de mogelijkheid zijn deze taken professioneel op te kunnen nemen. Dat vereist een performante en efficiënte VDAB maar vooral ook een investering in coaching en opleiding van medewerkers.

• We voorzien de nodige decretale basis om VDAB toe te laten om alle data die de werking en dienstverlening kunnen verbeteren, te capteren en aan te wenden. De werking van VDAB, inclusief haar bestuursorganen, wordt geoptimaliseerd waar mogelijk.

• Om de hefboom van de werkzaamheidsregisseur te verhogen werken we de drempels weg voor het gebruik van instrumenten door partners, en vereenvoudigen we maximaal de administratieve afhandeling. We bieden partners de mogelijkheid om zelf IBO contracten af te sluiten, ook met het oog op duurzame tewerkstelling in de uitzend- en dienstenchequesector.

• In ondernemingsplannen met de VDAB worden KPI’s opgenomen. Bij de financiering wordt rekening gehouden met de realisatie daarvan.

• De Vlaamse financiering van het versterkt Streekbeleid wordt dan ook niet meer verlengd.

• Waar mogelijk gebruiken we de social impact bond om nieuwe methodieken te testen of resultaten te verhogen met aandacht voor een vlotte toegankelijkheid van het instrument.

• De regisseur stelt zich op als “connector” die de partners met elkaar verbindt, via fysieke of digitale platformen. Via co-creatie stimuleren we innovatieve methodieken en vormen van (digitale) dienstverlening.

• Ook via ESF-projecten willen we op een innovatieve manier uitdagingen op de arbeidsmarkt aanpakken. In projecten wordt resultaatsgerichtheid, continuïteit, ook op financieel vlak, en uitrol van succesvolle projecten in verdere beleidsmaatregelen het uitgangspunt.

77

• De wetgeving en definitie van de passende dienstbetrekking gebaseerd op competenties en werkervaring wordt onverkort toegepast in het controle- en sanctioneringsproces.

• Geschikte opleidingen die bestaan op de markt koopt VDAB in via het ter beschikking stellen van vouchers aan de werkzoekende.

• Om de efficiëntie van de dienstverlening te verhogen, voegen we bepaalde bevoegdheden samen en schaffen we het agentschap Syntra Vlaanderen af. Binnen het Departement Werk en Sociale Economie richten we een expertisecentrum innovatieve leerwegen op, waarvan het onderzoeksprogramma wordt opgesteld en opgevolgd in overleg met het Platform levenslang leren. Het Departement WSE en departement Onderwijs nemen samen de secretariaatsrol op van het Vlaams partnerschap duaal leren. Het partnerschap stuurt dit secretariaat aan. Dit partnerschap blijft samengesteld uit een paritaire vertegenwoordiging van onderwijs en werk en kan adviezen verstrekken met betrekking tot het duaal leren. Het toezicht op de duale trajecten, dat op heden wordt verricht door Syntra Vlaanderen (de leerwerkplek component), dat in samenwerking met de onderwijsinspectie wordt uitgeoefend, brengen we onder bij het Departement Werk. VDAB wordt ook voor duaal leren de werkplekregisseur. We stimuleren ondernemerschap en het aanleren van ondernemerscompetenties. VLAIO zorgt er als regisseur ondernemersvorming voor dat er voldoende innovatieve en flexibele ondernemerschapstrajecten en bijscholingen voor ondernemers in de markt worden gezet. De ondernemersvorming die door Syntra Vlaanderen wordt gecoördineerd, zal door VLAIO via een Mastercall voor 5 jaren worden uitgeschreven, waar zowel ondernemers als KMO-medewerkers opleiding kunnen volgen. Hierbij wordt enerzijds een gesloten call gelanceerd, gericht naar de Syntra vzw’s, zodat hun kennis, expertise en bereik verder benut zullen worden. Anderzijds wordt ook een open call gelanceerd met opleidingen die belangrijk zijn en de markt niet aanbiedt.

• Om de synergiën en samenwerking in het kader van levenslang leren binnen de Vlaamse overheid te versterken wordt een platform levenslang leren opgericht binnen de beleidsdomeinen Werk, Onderwijs en Economie. Via een gezamenlijke visie kunnen de noodzakelijke ambities en doelstellingen verder worden uitgewerkt.

• Het Departement Werk en Sociale Economie staat in voor de beleidscoördinatie en ontwikkeling, en voor de opvolging, monitoring en handhaving van het Vlaams werkgelegenheidsbeleid, alsook voor het beheer van het Europees Sociaal Fonds (ESF).

2.2 Opleiden naar wat de arbeidsmarkt vraagt

78

Een goede aansluiting van de opleidingen op wat de arbeidsmarkt vraagt, is van cruciaal belang om een hoge werkzaamheidsgraad te bereiken. Daarom brengen we onderwijs en vorming dichter bij het bedrijfsleven.

• We geven onze schoolgaande jeugd op een laagdrempelige, digitale manier toegang tot alle informatie die ze nodig hebben om een weloverwogen keuze te maken in functie van hun perspectieven op de arbeidsmarkt.

• We zetten verder in op duaal leren als volwaardige leerweg. We breiden het duale aanbod in het secundair onderwijs snel uit naar meer richtingen met een dubbele finaliteit, waar haalbaar ook in de tweede graad en waar zinvol lanceren we duaal leren ook in het ASO. We breiden het duaal leren verder uit naar het hoger en volwassenonderwijs. We creëren hiertoe het beleidskader en de regelgeving rekening houdend met de eigenheid van deze onderwijsvormen.

• Ook voor werkenden die zich willen omscholen, verkennen we de mogelijkheid van duale (kwalificerende) leerwegen.

• Samen met de sociale partners maken we maken werk van een echte leercultuur, bij ondernemingen maar ook bij werknemers. We doen hiervoor maximaal beroep op sectorale vormingsfondsen.

• Opleidingen maken we maximaal modulair en praktijkgericht, en we integreren waar mogelijk taal- en digitale vaardigheden. Technische/praktische vaardigheden blijven belangrijk. Voor werkzoekenden en werkenden is werkplekleren de meest aangewezen manier om competenties te verwerven en reële werkervaring op te doen.

• We kijken verder dan diploma’s, maken vaardigheden en competenties maximaal zichtbaar en certificeren ze (EVC). Binnen de overheid geven we het goede voorbeeld door aanwerven op basis van competenties makkelijker te maken.

• We investeren verder in opleidingsinfrastructuur volgens het model van open campussen (bv. T2 Campus in Genk), en optimaliseren de benutting door ze open te stellen voor verschillende publieke en private opleidings- en onderwijsverstrekkers en ondernemingen. We maken gebruik van de mogelijkheden die het bedrijfsleven biedt, zoals infrastructuur en expertise.

• We blijven ondernemingszin en ondernemerschap en het aanleren van ondernemerscompetenties stimuleren.

2.3 Combinatie werk-privé

• De afgelopen jaren nam het aantal tweeverdieners- en eenoudergezinnen en alleenstaanden toe. Met het oog op het vereenvoudigen van de combinatie van werk en privé en om zo de werkzaamheidsgraad verder te verhogen:

79

o Zetten we in op innovatieve technologieën om het systeem van de dienstencheques en wijkwerkcheques zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken.

o voorzien we meer, en meer flexibele, betaalbare kinderopvang afgestemd op werkende ouders, zowel voor peuters als schoolgaande kinderen, bv. sport op school na de schooluren.

o blijven we voorrang geven in de kinderopvang aan werkende ouders en werkzoekenden die een opleiding of intensieve begeleiding volgen

o sensibiliseren en stimuleren we werkgevers om flexibele werktijden en thuis- en telewerken te benutten.

o we ondersteunen het flexibeler ouderschapsverlof door het pro rata toekennen van de aanmoedigingspremie.

• Vlaanderen onderzoekt of het dienstenchequesysteem vereenvoudigd kan worden, o.a. via een facturatiemodel. De dienstencheques zijn belangrijk in de ondersteuning arbeid-privé, de jobcreatie voor kwetsbare groepen en de strijd tegen zwartwerk.

• We geven verder uitvoering aan het akkoord met sociale partners rond werkbaar werk, en stimuleren het koesteren van talent op de werkvloer en het coachen van medewerkers op resultaten eerder dan werktijd, ook bij de overheid.

• We ondersteunen ondernemingen, partnerschappen en sectoren die binnen transitietrajecten aan de slag gaan met werkbaarheid, loopbaanbeleid, (werkplek)leren, diversiteit en non-discriminatie. We maken de omslag van een structurele inspannings- naar resultaatsgerichte financiering op basis van open competitie en vergelijking. In de (inter)sectorconvenanten zetten we de aandacht voor anti-discriminatie en diversiteitsbeleid verder. De resultaten hieromtrent zullen worden gemonitord en worden meegenomen bij de onderhandelingen van de volgende sectorconvenanten. De Focus op Talent middelen worden via co-financiering resultaatsgericht ingezet.

• Om elk talent een kans te geven, zonder onderscheid, blijven we elke vorm van discriminatie bestrijden. We gaan verder in op de ingeslagen weg van sensibilisering, zelfregulering door de sectoren, opleiding en gerichte controles vanuit sociale inspectie. We reageren kordaat op discriminatie op de arbeidsvloer. Daarom zal de Afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie aandacht besteden aan het vermijden van alle vormen van wettelijk verboden discriminatie. Daarnaast dragen we de parketten op om de nodige aandacht te geven aan de strijd tegen discriminatie.

Enkel racistische discriminatie tegengaan is hip.

• We zetten sterker in op kruisbestuiving tussen overheid, onderwijs en ondernemingen. We zorgen ervoor dat mensen uit de private sector hun weg kunnen vinden naar overheid en omgekeerd. Zo maken we het mogelijk dat leerkrachten en docenten deeltijds tewerkgesteld zijn in het onderwijs, en deeltijds in een onderneming. Daarom voeren we een actief beleid om de drempels die mensen daarbij ondervinden versneld weg te werken.

80

• In overleg met het federale niveau bespreken we de overdracht van de (federale) thematische verloven binnen de Vlaamse stelsels en werken we één stelsel uit voor de publieke en de private sector. Dit naar het voorbeeld van het Vlaams Zorgkrediet.

81

Tot slot nog deze algemene opmerking : Het lijkt echt of ik zonet een communistisch manifest gelezen heb. Van overheidsinmenging in de economie gesproken. Er blijft op de duur niets meer over waar de overheid zich niet mee bemoeit. En dat zonder sossen in de Vlaamse regering en dan elders in het regeerakkoord nog gewag durven maken van afslanking van het overheidsapparaat! De NVA is als je het mij vraagt in ieder geval zeker en vast rijp om federaal in een regering met de PS te stappen.

Het volledige regeerakkoord Jambon 1

Commentaar bij de begrotingtabellen van het regeerakkoord Jambon 1

Begroting 2020

Begroting 2020-2024

De hervorming van de kinderbijslag

Ik sta achter de eenmaking van het kinderbijslagbedrag dat reeds door Bourgeois 1 werd ingevoerd. Wat ik echter van bij het begin al bedenkelijk vond is de twee stelsels nog naast elkaar verder laten bestaan. Daaraan dan nu toch tornen vind ik op zich goed maar anderzijds niet verregaand genoeg. Wat mij betreft ... neem gewoon het totaalbedrag dat in Vlaanderen voor kinderbijslag wordt voorzien, trek daar als het echt moet die 110 miljoen besparing van af en deel dan door het aantal Vlaamse kinderen en schaf dat oude discriminerende stelsel volledig af.

De afschaffing van de woonbonus

Huishuur maakt/houdt mensen arm. Afbetalen kost ook geld maar daar komt een einde aan. Tenminste zijn huiseigenaars verzekerd van een oudere dag met een veel lagere individuele levensduurte. Eigenaar zijn van een woning verlaagt de individuele levensduurte met enkele honderden euros. Een eigen huis moet je eigenlijk zien als een eigen sociaal vangnet en dat mensen blijvend verwerven. Men rekent dit ook niet voor niets tot de zg. vierde pensioen pijler. Moest iedereen in Vlaanderen een eigen huis hebben dan konden alle uitkeringen honderden euros lager zijn. Dit om maar te zeggen dat men de drempel naar het kopen van een huis bij voorkeur zo laag mogelijk houdt.

Ik ben verder niet overtuigd van de bewering dat de woonbonus de vastgoedprijzen zou opdrijven. Naar verluid weerlegt de praktijk in het Brussels gewest deze theorie. Volgens mij gaat de afschaffing van de woonbonus er gewoon in resulteren dat mensen een huis met lagere marktprijs ( kleiner of in slechtere staat) gaan kopen. Het geld dat men nu gaat besparen met de afschaffing van de woonbonus zou men o.a. gaan gebruiken voor de jobbonus. Ben ik tegen die jobbonus ? Dat wil ik niet gezegd hebben maar de jobbonus is geen structurele armoedebestrijding maar symptomatische armoedebestrijding. Deze taxschift is m.a.w. een taksschift die structurele armoedebestrijding/preventie omzet in symptomatische en daar wordt ik niet erg enthousiast van. Tegen dat de jobbonus goed en wel ingevoerd zal zijn zal die trouwens alweer tenietgedaan zijn door inflatie.

Men had m.i. de woonbonus moeten laten voor wat hij is. De registratierechten voor een eerste huis volledig kunnen afschaffen en dit financieren met een verhoging van de registratierechten voor volgende eigendommen.

In plaats van een jobbonus in te voeren had Michel 1 zich ook gewoon wat kunnen matigen met de brandstofaccijnzen. Die accijnzen maken alle consumptiewaren duurder en zijn 1 van de oorzaken waardoor er nu een jobbonus nodig is. Een typisch voorbeeld van hoe ons economisch stelsel zichzelf wurgt door zelf armoede te veroorzaken en die dan nadien weer te moeten compenseren met weer meer sociale correctie en waardoor vervolgens weer meer belastingen ingevoerd moeten worden en weer meer armoede georganiseerd om deze te kunnen financieren enz.

3. Afslanking van het overheidsapparaat.

Jambon 1 wil naar eigen zeggen 1500 mensen op natuurlijke wijze laten afvloeien. Ambtenaren die op pensioen gaan m.a.w. niet vervangen. Dit staat in schril contrast met de ambities op het vlak van activeren en het verhogen van de werkzaamheidsgraad. Volgens het regeerakkoord wil men de VDAB inzetten om niet langer enkel werklozen maar ook leefloners, arbeidsongeschikten, invaliden en huisvrouwen te activeren en begeleiden. Dit komt neer op minimaal een verdubbeling van de doelgroep van de VDAB en dit zal niet kunnen zonder eveneens het personeelbestand van de VDAB te verdubbelen ( in 2012 bedroegen de personeelskosten van de VDAB omstreeks 240 miljoen ). Voor deze kosten voorziet de begroting blijkbaar niets? Wat echt wel van de pot gerukt zou zijn.

Ofwel zijn deze ambities dus ijdele praat of anders zullen ze resulteren in een overheidstekort of een mengeling van deze twee of anders ben ik een gebrekkig verstaander van begrotingstabellen (Vrij nieuwe materie voor mij en dus sluit ik het niet uit. Bovendien zijn dit ook nog maar de begrotingstabellen en wordt in de volledige begroting misschien wel één en ander duidelijk). Men kan wellicht redeneren dat de personeelskosten terug verdiend zullen worden dankzij een hogere tewerkstellingsgraad maar dan nog moet men ze toch begroten en bovendien klopt dit niet om twee redenen. Ten eerste omdat veel van die geactiveerden in de sociale economie terecht zullen komen en dus meer belastinggeld zullen kosten en defacto niets zullen opleveren omdat de overheid de belastingen die deze sociaal tewerkgestelden opbrengen zelf zal moeten betalen en ten tweede geloof ik niet in het optrekken van de werkzaamheidsgraad met nog meer dan 2 percent en ben ik er vrij zeker van dat de grens zo ongeveer bereikt is. Tenslotte komen er ook nog de extra kosten bij aan kinderopvang en ouderenzorg. Een hogere werkzaamheidsgraad drijft deze kosten inderdaad verder op. Een neveneffect dat men maar niet wil zien.

4. Begroting gemeenschapsdienst?

Ik vermoed eigenlijk dat Jambon 1 deze financiering "verstopt heeft" in de financiering van de lokale besturen. Deze lokale besturen gaan volgens het regeerakkoord beloond worden indien ze meewerken aan die gemeenschapsdienst maar kunnen er ook niet toe verplicht worden. In Nederland doofde de gemeenschapsdienst nagenoeg uit o.a. wegens veel te duur en absoluut niet rendabel. Jammer dat de Vlaamse ezel zich ook nog eens aan die steen moet stoten terwijl de grote noorderbroer hem dat al eens voor deed. Weer maar met een half open lodderoog naar het noorderlicht gekeken.

Ik verwijs tot slot nogmaals naar mijn eerdere kritiek in deze verhandeling op het verplichte aspect van de gemeenschapsdienst van Jambon1. Verplichting zal het luiheidsstigma niet wegnemen maar verder consolideren. Het beoogde doel zal niet bereikt worden. Indien verplichte gemeenschapsdienst wel zou resulteren in een significante stijging van de bezoldigde werkzaamheidsgraad in de private profit sector ( laten we zeggen 2 percent die bewijsbaar daaraan toe te schrijven is ) dan eet ik zowel mijn schoenen als mijn hoed op!

Thierry J Wlazlak

13/10/2019

Net wanneer u onlinedating had opgegeven ...

Afbeelding

Datinggala.com

Allerlei

Survivalisme

English

In de kijker