Deze website gebruikt cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die we op uw computer plaatsen om uw gebruiksgemak op onze website te verbeteren. We gebruiken sessie cookies en permanente cookies. Dat doen we om uw voorkeurinstellingen te onthouden en om te weten dat u akkoord ging met het gebruik van cookies. Derden op onze website gebruiken mogelijk ook tracking en nog andere cookies. Klik hier voor ons volledig cookiebeleid en meer info over cookies.
Ik ga akkoord met cookies

Algemeen

Klimaat

Oudere artikelen

Dit artikel wordt momenteel geschreven en zal dus nog regelmatig veranderen!

Ik werk hieronder een soort van chronologisch stappenplan uit. Ben al drie keer van voor af aan opnieuw moeten beginnen maar ik reken erop dat eenieder die enigszins met onze Belgische SZ vertrouwd is daar alle begrip voor zal kunnen opbrengen. Politiek is ook veel te grillig om iets zover uit te plannen maar dit is gewoon hoe het mijns inziens ongeveer zou kunnen gaan. De weg uit dit moeras kan niet anders dan even lang en hobbelig zijn als de weg erin. Eigenlijk vrees ik dat ons huidig stelsel misschien eerst zal moeten crashen, korte pijn. Maar soit, ik heb toch geprobeerd om zachtere paden aan te duiden met minder sociale onrust en guillotines enzo.

1. Het afschaffen van de uitbetalingsinstellingen voor werkloosheidsuitkeringen

Als eerste stap moet doorgevoerd worden wat Verhofstadt reeds vruchteloos betracht heeft en dat is de vakbonden schrappen als uitbetalingsinstellingen en daarmee ook de hen daarvoor toegekende jaarlijkse subsidies. Daarmee hebben we ook meteen een jaarlijks budget van 203 miljoen euro vrijgemaakt dat we vanaf nu voor iets nuttigs kunnen gaan gebruiken in plaats van dit te verkwanselen aan nutteloze administratie. Ach hoe cynisch nu toch om uitgerekend de subsidies van de vakbonden te willen gaan gebruiken om er hun eigen zuilenbos mee om te gaan hakken.

Momenteel moet elke werkloze nog steeds elke maand een ingevulde en ondertekende stempelkaart indienen. Dit is een overblijfsel uit de tijd van het doppen of stempelen. Dat werd echter afgeschaft en dus waarom dat stempelkaartfossiel dan nog behouden ? De RVA kan geautomatiseerd maandelijks nakijken welke werkloze er welke dagen gewerkt heeft in de kruispuntbank en heeft dus helemaal geen stempelkaart nodig waarop die dagen dan zwart gekleurd moeten worden. In Nederland werkt dit ook al jaren zo en daar heeft overigens nooit een stempelcontrole bestaan. Het enige dat voor deze werking nodig is is een extreem simpel computerprogramma dat ik zelf op een uur tijd zou kunnen schrijven.

Om de RVA te laten weten op welke rekeningen de werkloosheidsvergoedingen gestort moeten worden moet gewoon één invoerveld toegevoegd worden aan het formulier op de VDAB website waarmee men zich moet inschrijven als werkzoekende. Met één schrijven kan de RVA de huidige werklozen op de hoogte brengen dat ze hun rekeningnummer op de VDAB website moeten gaan toevoegen.

Ook de gezinssituatie van de werklozen kan de RVA dag na dag geautomatiseerd nakijken in het bevolkingsregister en zonodig de uitkering daaraan aanpassen. De uitbetaling kan vervolgens volledig geautomatiseerd verlopen. Er zijn nog slechts een paar bedienden nodig om gesanctioneerde werklozen op basis van de beslissingen van de RVA als dusdanig te markeren in de lijst. Wie volgens de gegevens van de kruispuntbank langer dan 28 opeenvolgende werkdagen werkt wordt door het programma automatisch uitgeschreven en moet zich opnieuw inschrijven indien hij terug werkloos wordt. Precies hetzelfde zoals het nu is.

2. De dienst basisinkomen en het basisinkomenfonds

Vervolgens moet er een nieuwe dienst basisinkomen opgericht worden. Dit hoeft geen veelkoppige dienst te zijn. Een tiental personen is genoeg en kan later nog aangepast worden. Het lijkt me logisch om deze dienst een onderdeel te maken van de huidige RSZ.

Naast deze dienst moet dan het basisinkomenfonds opgericht worden. In principe is dat gewoon een bankrekening maar dan wel bij een bank die bereid is om te voorzien in de infrastructuur die nodig is voor een werking met elektronische sociocheques. Het meest logische lijkt me dat Bpost die bank wordt.

Ook met Banksys en Bancontact moeten de nodige afspraken en regelingen getroffen kunnen worden zodanig dat er overal betaald zal kunnen worden met de elektronische sociocheques en ook overschrijvingen gedaan kunnen worden om bvb. elektriciteit of huishuur te kunnen betalen maar ook zo dat men er bvb. niet mee kan gokken, geen geld naar het buitenland kan overschrijven. Er is tijd om dit alles te organiseren en daarmee wil ik bedoelen dat er met de eerstvolgende stappen van het hervormingsplan niet hoeft gewacht te worden tot dit betaalsysteem volledig operationeel is.

Uiteindelijk zal iedere burger die ingeschreven is in het bevolkingsregister een elektronische sociochequekaart opgestuurd krijgen met een pincode. Maar bij aanvang eerst de huidige inactieven. Er moet ook een site zijn natuurlijk waar men kan inloggen met de opgestuurde kaart. Waar men de pincode kan veranderen, saldo kan consulteren en later overschrijvingen zal kunnen doen.

3. Het leefloon afschaffen.

Beperking van de werkloosheid in de tijd. Een populistisch verkiezingsslogan vooral voor de zich ooh zo graag elitair profilerende NVA. Waarom populistisch ? Omdat steeds geïnsinueerd wordt dat hiermee bespaard wordt en dat is een leugen. Geschorste langdurig werklozen komen immers gewoon bij de OCMW's terecht en krijgen dan 100 euro minder. Die honderd euro bespaart men dus inderdaad per werkloze maar voor de rest is het een broekzak vestzak operatie. Ik verwijs hierbij nog eens even terug naar het vereenvoudigd schema dat ik maakte van onze sociale zekerheid en dat u terug vindt bovenaan deel 1 van deze verhandeling. Daar kan u zien dat we eigenlijk twee vangnetten hebben in onze sociale zekerheid. Wie door de mazen valt van het primaire sociaal vangnet wordt opgevangen door het secundaire.

Cantillon waarschuwt: wanneer de werkloosheidsuitkering beperkt zou worden in de tijd, en de circa 175.000 langdurig werkzoekenden verhuizen van de sociale zekerheid naar de bijstand, dan barst het systeem.

Bea Cantillon (UAntwerpen)

Dan is er nog een zeer eigenaardig en schizofreen verschijnsel dat zich hierbij voordoet en dat ik vergelijk met twee takken van eenzelfde boom die elkaar bekampen in een strijd om het meeste zonlicht. De werkloosheidsdiensten namelijk proberen nu reeds (via andere maatregelen dan beperking in de tijd) zoveel mogelijk werklozen te schorsen en dus door te schuiven naar de OCMW's. Maar de POD Maatschappelijke integratie laat zich niet doen en vecht terug en doet dat d.m.v. de art.60§7 tewerkstellingsmaatregel.

Een werkloze wordt dus geschorst om niet nader vernoemde reden door de RVA en is daarmee dan niet meer uitkeringsgerechtigd. Hij gaat een aanvraag doen voor leefloon bij het OCMW. Die aanvraag wordt goedgekeurd indien hij geen andere bestaansmiddelen meer heeft. Vervolgens gaat het OCMW die leefloner dan doorgaans na enkele maanden per art.60§7 ergens tewerkstellen in een maatwerkbedrijf of bij de gemeente. Bij die tewerkstelling krijgt die leefloner dan het minimumloon en dat wordt volledig door de POD Maatschappelijke integratie betaald. Nu wil ik niet beweren dat tewerkstelling niet goed is ofzo maar bye bye besparing want de leefloner kost zodoende dan niet 100 euro per maand minder aan de gemeenschap maar meer dan 500 euro meer. Het OCMW betaalt tijdens deze sociale tewerkstelling ook de RSZ bijdragen van de leefloner in diens brutoloon ( van de werkgeversbijdragen zijn ze vrijgesteld) en hierdoor bouwt hij dan terug een recht op op werkloosheidsuitkering. Afhankelijk van zijn leeftijd moet hij een jaar of anderhalf jaar of twee jaar werken om terug recht te hebben op een werkloosheidsuitkering en het art.60§7 arbeidscontract is dan ook een arbeidscontract dat loopt voor exact die duur en geen dag langer en werd ook zonder blikken of blozen enkel en alleen tot dat doel in het leven geroepen. En zo schuift het OCMW de werkloze hete patat dus weer terug door naar de RVA en waarna daar het spelletje weer opnieuw begint om hem zo snel mogelijk weer terug naar het OCMW door te schuiven. Er is veel blabla te vinden over de doorgroeimogelijkheden voor de art.60 iger maar in de praktijk is dit een gratis werkkracht voor het bedrijf waaraan hij wordt uitbesteed en waarom zouden deze bedrijven de sociaal tewerkgestelde aanwerven en gaan betalen als ze gewoon een nieuwe gratis werkkracht kunnen krijgen? Na afloop van het contract MOET de art.60 iger doorgaans dus terug gaan doppen.

Wat ook nog pervers is is dat leefloners niet mee geteld worden in de werkloosheidscijfers. Een geïntensiveerd schorsingsbeleid kan deze werkloosheidscijfers dus manipuleren maar laat ons wel wezen ... een leefloner is gewoon een werkloze met een ander statuut.

Het leefloon en gans het aanhangig administratief apparaat kan dus ook overbodig gemaakt worden mits drie maatregelen. Ten eerste het afschaffen van wat ik dan zou noemen de naakte RVA-schorsingen en het invoeren van een laagste inkomenscategorie waarbij de werkloze van de RVA nog slechts het bedrag krijgt van het leefloon. En ten tweede zorgen dat een alternatief voor de art.60§7 tewerkstellingsmaatregel kan zorgen dat de werkloze zich als (minimaal) uitkeringsgerechtigde werkloze uit die nesten kan werken zonder daarvoor eerst leefloner te moeten worden. Dit heeft trouwens al bestaan in de vorm van het GESCO statuut maar dat dooft momenteel uit en kan dus gewoon terug opgegraven worden. Ten derde moeten de middelen die de POD Maatschappelijke integratie nu krijgt voor de uitbetaling van de leeflonen en het organiseren van art.60§7 tewerkstellingen naar de RVA overgeheveld worden.

Het OCMW doet nog andere zaken dan leefloon uitkeren en art.60§7 tewerkstellingen en kan dus nog niet volledig op de schop maar wordt al wel danig ontlast en kan al danig afslanken want leefloon en art.60§7 vormt wel hun hoofdbezigheid. Hetzelfde geldt voor de POD Maatschappelijke integratie want de diensten daar zullen een pak minder administratie te verwerken krijgen van locale OCMW's die daar uitgekeerde leeflonen en art.60§7 lonen geheel of gedeeltelijk recupereren. En daarin zit dus de besparing die we nu realiseren. Wat de werklozen betreft blijft alles hiermee hetzelfde.

Ik ga nog even een besparend stapje verder gaan en pleiten om die leefloonvervangende laagste inkomenscategorie van werkloosheidsuitkering (in de huidige prijzenperceptie gezien dan ) voorlopig vast te leggen op 800 euro (99 minder dan leefloon). Naarmate onze andere armoedegrensverlagende maatregelen impact beginnen te sorteren kan deze 800 euro nog verder naar omlaag. En bovendien is het mijn bedoeling om geleidelijk aan alle inactieven in deze ene overblijvende categorie te gaan onderbrengen. Dat klinkt wellicht hard maar dit zal te rechtvaardigen zijn door een verlaagde armoedegrens. En de andere kant van de medaille voor onze armsten is ook wel dat de mazen in het sociaal vangnet nu wel volledig en hermetisch gedicht zijn en dat niemand nog volledig zonder inkomen kan vallen (behalve dan in geval van sociale fraude, zwartwerk e.d.). Iets dat nu ondanks onze twee vangnetten nog wel het geval is. De sociale mensenrechten worden niet geschonden en met minder kosten zelfs beter verzegeld dan ooit het geval was.

Momenteel zitten we nog met verschillende inkomenscategorieën bij zowel werkloosheidsuitkeringen als leeflonen. Zijnde alleenstaanden, samenwonenden en samenwonenden met gezinslast. Daar blijven we nog even mee opgescheept zitten en dus komen we dan tot zoiets als 800 minimumdop voor de alleenstaande, 600 voor samenwonenden en bvb. 1000 voor samenwonenden met gezinslast.

Bijna nog vergeten dat er nog de categorie is van werklozen met een wachtuitkering. Deze zou ik ook in diezelfde laagste uitkeringscategorie steken. Een wachtuitkering is een uitkering die men als jongere krijgt indien men nog niet gewerkt heeft, indien men dus in dezelfde situatie zit m.a.w. als langdurig werklozen. Vandaar hen dan ook hetzelfde behandelen en hen meteen in de laagste categorie onderbrengen.

4. De Dienst uitkeringen afsplitsen van de RIZIV en onderbrengen bij de RVA.

Eigenlijk bestaan er maar heel weinig echte arbeidsongeschikten. Ik wil nu niet de politiek correcte toer op gaan maar wat we nu arbeidsongeschikten noemen zijn doorgaans mensen die eerder arbeidsbeperkt zijn. Net zoals er mindervaliden zijn in plaats van invaliden. Daar komt dan nog bij dat we niet in België zouden zijn indien er niet weer nog eens een tussencategorie zou bestaan. Jawel. Onze werkloosheid kent een categorie van gedeeltelijk (33 percent ) arbeidsongeschikten. Deze mensen stempelen dus maar mogen bepaalde jobs weigeren. De hoogte van hun uitkeringen zijn gelijk aan die van de andere werklozen.

Wat dan de volledige arbeidsongeschikten betreft die vallen onder de uitkeringsdienst van de RIZIV en kort samengevat zou ik het zo stellen dat het uitkeringsstelsel en de verschillende categorieën hetzelfde is als bij de werklozen maar dat ze allemaal 100 euro per maand meer krijgen.

De RIZIV kan je kortweg opdelen in twee diensten moest dat nog niet duidelijk zijn trouwens. Er is de dienst die medische kosten terugbetaalt en er is de dienst arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Dus als we nu die uitkeringsdienst van de RIZIV aanhechten bij de RVA en we geven die zg. volledig arbeidsongeschikten 100 euro meer doorheen de verschillende mogelijke werkloosheidscategorieën en het recht om alle ipv sommige jobs te weigeren en ook het recht om tegen wil en dank toch een job te aanvaarden ( wat ze nu niet kunnen zonder weer helemaal opnieuw voor hun erkenning te moeten gaan als ze die job terug zouden verliezen ) dan blijft er bij de RIZIV enkel nog de dienst terugbetaling medische kosten over. De RVA heeft reeds controleartsen voor hun 33 percent arbeidsongeschikten. Wellicht zal deze dienst aangevuld moeten worden met een deel van de controleartsen die nu bij de RIZIV werkzaam zijn.

Op het einde van deze hervorming houden we hoe dan ook één dienst over met één nog steeds veel te ingewikkeld categorieënstelsel maar die zo dan wel één koe is geworden die in de nabije toekomst bij de horens gevat kan worden tegenover dat we nu overal verloren schapen zouden moeten gaan zoeken en wanneer we terugkomen de eerder verzamelde telkens weer opnieuw gaan lopen zijn.

Het eindresultaat van deze hervorming is dan dat alle uitkeringen hetzelfde blijven maar nu alle van de RVA komen. Dat de arbeidsongeschikten 100 euro meer krijgen dan de werklozen. En dat we een extra categorie hebben waarin degenen terecht komen die vroeger geschorst werden en zo naar het OCMW werden doorgeschoven en die dan nog als volgt een minimum ( ik noem dit vanaf nu verder bestaansminimum maar dat dan niet meer van het OCMW komt maar van de RVA) zou krijgen.

Bestaansminimum voor alleenstaande : 800 euro per maand.

Bestaansminimum voor samenwonende : 600 euro per maand.

Bestaansminimum voor samenwonende met gezinslast : 1000 euro per maand.

En de besparing die we realiseerden is dat de RIZIV uitkeringsvleugel ontbonden werd en slechts voor een deel verhuist naar de RVA en ook de subsidies kunnen ingehouden worden voor de ziekenfondsen om te fungeren als uitbetalingsinstelling voor de RIZIV uitkeringen. En we besparen 100 euro per maand op elke geschorste werkloze die vroeger naar het OCMW werd doorgeschoven en daar het leefloon ontving.

5. Verhoging en eenmaking van de kindervergoeding

Dat de kindervergoeding gelijk getrokken werd voor elk kind is al een goede zaak. Wat ik echter niet begrijp is dat men dat enkel gedaan heeft voor de kinderen die nu geboren worden. Voor de oudere kinderen blijft dezelfde regeling dus van kracht. Het zal wel aan mij liggen maar ik zie in die oude regeling een nogal flagrante schending van het gelijkheidsbeginsel. Wallonië en Brussel dan moeten in deze het gelijkheidsbeginsel zelfs nog gaan ontdekken en blijven bij het oude stelsel.

Er speelt in deze ook een misperceptie bij de Vlaamsgezinden naar mijn mening. De kindervergoeding is namelijk niet echt gesplitst. De uitbetaling ervan wel ja maar niet de inning. De federale RSZ verdeeld de middelen over de deelstaten en die verdelen die dan onder hun kinderen naar eigen inzichten. De kinderbijslag is pas echt gesplitst als ook de inning gesplitst werd en de deelstaten deze dus verdelen uit hun eigen inkomsten.

Hoe dan ook zou ik op termijn de kinderbijslag onder die benaming en in die hoedanigheid afschaffen en vervangen door een kinderbasisinkomen en dat dus ook betaald wordt vanuit het basisinkomenfonds.

In Vlaanderen bedraagt de kinderbijslag momenteel 166 euro per maand per kind. Maar er bestaat eigenlijk nog een sociale kinderbijslag die die naam niet heeft. Zowel leefloners als werklozen als arbeidsongeschikten krijgen namelijk een hogere uitkering als ze kinderen ten laste hebben. Dus dat extra zou ik in de kinderbijslag willen steken. Dit gewoon om de zaken te kunnen vereenvoudigen. Wie niet overtuigd is dat zulks nodig is kan hier misschien eens proberen uitzoeken hoeveel werkloosheidsuitkering hij zou genieten indien hij laten we nu zeggen 1 jaar en zeven maanden werkloos zou zijn. Tjonge jonge wat een nest waarin een kat haar eigen jongen niet meer terug vind.

De kinderbijslag zou ik naar 250 euro willen verhogen. Dat kost in totaal 2.520.000.000 euro. Waar ik dat geld vandaan haal houdt u nog even van mij tegoed. Momenteel krijgt een leefloner met gezinslast 327 euro meer dan een alleenstaande leefloner. Ben ik mis indien ik dit als kinderbijslag beschouw ? Het maakt echter niet uit hoeveel kinderen de leefloner ten laste heeft. De leefloner met 1 kind krijgt dus verhoudingsgewijs het meeste. Hetzelfde systeem geldt voor werklozen en arbeidsongeschikten hoewel daar de bedragen nog iets anders liggen.

Deze hervorming kan overigens best simultaan met de volgende doorgevoerd worden.

6. Eenmaking van gans het uitkeringsstelsel en de kindervergoeding

Eerst iets zeggen over de regressiviteit van de uitkeringen. De redenering is enerzijds dat men een beroep kan doen op de sociale zekerheid in de mate dat men er daarvoor aan bijdroeg. En anderzijds dat hoge werkloosheidsuitkeringen ervoor zorgen dat men niet in een gat valt en zo vlotter opnieuw aan werk geraakt.

Wat dat laatste betreft is mijn ervaring alles wat ik kan aanvoeren en die spreekt dat dus tegen. Op het terrein zien we namelijk dat er bij sommigen een verleiding bestaat om een sabbatical te gaan nemen. Men heeft tenslotte ook jaren afgedragen. Komt dan zonder job te zitten door omstandigheden en waarbij mogelijk enige frustratie kan optreden. Men behoudt in eerste instantie best een aardig inkomen dat zelfs tot 1755.5 euro per maand kan oplopen. De verleiding is er om niet onmiddellijk werk te gaan zoeken, dat wat op de lange baan te schuiven en het er eens even van te nemen ... en dit is enerzijds begrijpelijk en zeker indien men inderdaad ook jarenlang veel heeft afgedragen eigenlijk ook niet geheel onrechtvaardig. Het probleem is echter dat de arbeidsmarkt dit anders ziet en nogal genadeloos is t.o.v. zg. gaten in de loopbaan.

Het vlotste vindt men eigenlijk werk indien men al werk heeft en dus vrijblijvend op zoek is naar iets beters. Dit zijn voor de werkgevers de witte raven die men zo vanuit een ander bedrijf weg kan plukken. Een paar maandjes werkloosheid gaat men heus ook nog wel door de vingers zien maar vanaf een jaar of wat werkloos begint de achterdocht en bij twee of meer jaren wordt het een ronduit hopeloze zaak. Het wordt eigenlijk oplopend steeds moeilijker en moeilijker. Wie gaat solliciteren en 6 maand werkloos is en een concurrent is niet werkloos of nog maar 3 maand bvb. zal zichzelf niet weerhouden vinden. Daardoor blijft men nog langer werkloos en zo worden de kansen nadien nog kleiner. Langdurige werkloosheid werkt echt als een stigma op de arbeidsmarkt. In de praktijk heb ik gezien dat mensen die afgedankt worden zich meestal na een pauze van een jaar ofzo toch wel stierlijk beginnen vervelen. Het is dan vaak echter al te laat en een jaar werkloosheid in in ieder geval al een klein stigma en waarbij men het risico loopt dat dat door afwijzingen gebaseerd daarop nog groter wordt. De arbeidsmarkt stelt ernstige vragen bij zo'n sabbatical. Nochtans zijn deze mensen dan heus klaar om er terug in te vliegen en dat kan zeker ook te maken hebben met het feit dat hun uitkering nu ook al aardig begint te zakken.

In mijn hervormingsplan zal de RSZ bijdrage bovendien ook een veel lagere maximumgrens hebben en komt het idee van verteren naar bijdragen zodoende dus op de achtergrond. Lees daarvoor even terug deel 2 van deze verhandeling moest u dat hebben overgeslagen. Men zal nog wel een grotere buffer kunnen hebben opgebouwd na actief te zijn geweest maar dit is dan een individuele keuze geweest. Men kan ook alle sociocheques hebben opgemaakt.

Dit dus om uit te leggen waarom ik van mening ben dat het beter is deze regressiviteit af te schaffen en mensen meteen op het minimum te zetten. En in de tussenfase waar we nu in aanbeland zijn op het tweede minimum maar wat dan nu het maximum wordt. Ingewikkeld he maar niet op de pianospeler schieten want ik ben degene niet die alles zo verdomd ingewikkeld gemaakt heeft. Dat hebben de vakbonden gedaan en ik probeer uit te tekenen hoe we orde op zaken zouden kunnen stellen in deze verschrikkelijke janboel en verdwaald zijnde in hun zuilenbos daar weer uitgeraken.

Berekening van het totaal dat aan uitkeringen wordt uitgegeven.

1. Totaal RSZ uitgaven 2015 = 72 miljard. (Bron)

2. 23.5 miljard moeten we opzij houden voor de pensioenen.

3. En nog eens 19.5 miljard voor de medische kosten.

4. En kinderbijslag 250 x 12 x 2.500.000 = 7.500.000.000 euro.

5. En 4.320.000.000 voor vakantiegeld.

6. Nog eens 1 miljard voor vanalles (asbestfonds, zeelieden, mijnwerkers enz).

7. Daarbij tellen we nog eens 1 miljard op dat aan leeflonen wordt uitgegeven.

8. Eindigen we op 16.180.000.000 euro in totaal

Berekening van het aantal gerechtigden

Op 1 januari 2016 hadden we in totaal 38.521 samenwonende + 37.654 met gezin ten laste + 47.189 alleenstaande leefloners. In totaal dus 123.364 leefloners. (Bron)

Eind 2015 waren er 407.679 uitkeringsgerechtigde werklozen. (Bron)

In 2015 waren er 346.971 (invaliden) + 23.437 (zelfstandigen ) + 10000 (bevallen moeders/schatting bij gebrek aan cijfers) + 100000 (arbeidsongeschikten/schatting bij gebrek aan cijfers) uitkeringsgerechtigde invaliden (Bron). In totaal dus 480.408 personen die door ziekte een uitkering kregen.

In totaal 1.011.451 inactieven die één of andere uitkering kregen.

Maandbedrag dat we bekomen bij dezelfde uitgaven anders en gelijk herverdeeld

Wanneer we nu 16.180.000.000/ 12 / 1.011.451 = 1.333,07 euro per maand per gerechtigde.

Daarbovenop krijgen zij 250 euro per kind.

PS : omdat ik het aantal arbeidsongeschikten moest schatten en het aantal moeders in zwangersschapsverlof ... toch nog eens even herberekenen met 1.200.000 uitkeringsgerechtigden. 188.549 meer dus, wat fel overdreven is. 16.180.000.000 / 12 / 1.200.000 = 1123,6 euro per maand in dat geval. Hieronder zult u zien dat dit nog ruim voldoende is.

Voor alle duidelijkheid dit is dus het bedrag dat we alle uitkeringsgerechtigden zouden kunnen geven indien we alles gewoon gelijk herverdelen en de drie zuilen (RIZIV, RVA, OCMW) hervormen tot één uitkeringsdienst. Dat is veel te veel uiteraard behalve dan misschien voor alleenstaande met gezinslast ofzo.

Binnen elke uitkeringsdienst hadden we drie categorieën ( alleenstaande, samenwonende, samenwonende met gezinslast). De samenwonenden met gezinslast hebben we geschrapt door de kinderbijslag op te trekken. Houden we nog twee categorieën over. Het was nu de bedoeling om met deze twee categorieën voorlopig nog even verder te werken plus nog een subcategorie zieken en een subcategorie bestaansminimum. Ik had voor die laatste de bedragen al voorgesteld. Wat we dus overhouden zou dan zoiets zijn als...

Minderjarige : 250 euro per maand

Alleenstaande : 1000 euro per maand.

Samenwonende : 800 euro per maand.

Bestaansminimum alleenstaande : 800 euro per maand. (Na twee jaar werkloos te zijn of wie vroeger wachtuitkering had)

Bestaansminimum samenwonende : 600 euro per maand. (Na twee jaar werkloos te zijn of wie vroeger wachtuitkering had)

Zieke alleenstaande : 1100 euro per maand.

Zieke samenwonende : 900 euro per maand.

Zoals u ziet zitten dan alle uitkeringen ruim onder de 1.333,07 euro die we iedereen zouden kunnen geven en in het slechtste geval ook nog steeds onder het bedrag van 1123,6 euro dat ik veiligheidshalve ernaast berekende. Dat wil dus zeggen dat we besparen. Hoeveel kan ik nu niet begroten omdat ik niet over de nodige cijfers bezit inzake aantallen van de verschillende categorieën en respectievelijke bedragen die er nu uitgekeerd worden. Eventueel zou ik ervoor pleiten om met de besparingen de kinderbijslag nog iets omhoog te brengen naar bvb. 300 euro ?

De hervorming is nog niet gedaan. We zijn nog maar net begonnen en hebben van tientallen verschillende stelsels en categorieën 1 stelsel of dienst met 7 categorieën gemaakt. De maatregelen ter verlaging van de armoedegrens zouden effect moeten beginnen sorteren, de tewerkstelling gestegen zijn. Naarmate die verder hun ding doen kunnen we weer verder gaan hervormen en uiteindelijk eindigen met 1 categorie, 1 basisinkomen!

Nu alles bij één sociale dienst gecentraliseerd is is ook het moment daar om de sociocheques te beginnen gebruiken. Bij aanvang gaan de extra voordelen voor de overheid van deze manier van uitbetalen nog niet volop spelen omdat de cheques gebruikt zullen worden door behoeftigen en die dus doorgaans niet al te veel zullen overhouden op het einde van de maand.

Politici die wat ik tot nu toe voorgesteld heb in één legislatuur rond zouden krijgen hebben hard gewerkt en structurele stappen gezet op weg naar een in de toekomst wel organisatorisch hanteerbaar en bovendien voor iedereen overzichtelijk en duidelijk sociaal stelsel.

7. Hervorming Sociale bijdragen werknemers en werkgevers.

Om te beginnen wil ik het even hebben over de foute perceptie die we hieromtrent vind ik hebben. Een werkgever organiseert werk en put zijn winst uit het verschil tussen de productie van een arbeider en zijn loonkost. Laten we nu zeggen dat een arbeider maandelijks 3500 euro waarde produceert in zijn bedrijf. En indien die arbeider hem dan (alles in begrepen ) 2500 euro per maand kost dan heeft hij op iedere arbeider 1000 euro winst. Indien de werkgever geen of te weinig winst kan maken op een arbeider dan zal hij die niet aanwerven.

De patronale bijdragen en andere werkgeversbijdragen aan de RSZ worden m.a.w. strikt genomen niet door de werkgever betaald maar wel door de productie van de arbeider en dus door de arbeider. Wanneer in het verleden dus de werkgeversbijdragen stegen dan moeten we er daarbij vanuit gaan dat dit ten koste ging van het loon van de arbeider en erin resulteerde dat een kleiner gedeelte van wat de werkgever een acceptabele loonkost vindt naar die arbeider zelf is gegaan.

Thierry J Wlazlak

Laatst bijgewerkt op 29/09/2019

Net wanneer u onlinedating had opgegeven ...

Afbeelding

Datinggala.com

Allerlei

Survivalisme

English

In de kijker