Deze website gebruikt cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die we op uw computer plaatsen om uw gebruiksgemak op onze website te verbeteren. We gebruiken sessie cookies en permanente cookies. Dat doen we om uw voorkeurinstellingen te onthouden en om te weten dat u akkoord ging met het gebruik van cookies. Derden op onze website gebruiken mogelijk ook tracking en nog andere cookies. Klik hier voor ons volledig cookiebeleid en meer info over cookies.
Ik ga akkoord met cookies

Algemeen

Klimaat

Oudere artikelen

Dit artikel wordt momenteel geschreven en zal dus nog regelmatig veranderen!

De Belgische sociale zekerheid revisited

Deel 4 : De overgang van het oude model naar het nieuwe

In het schema bovenaan het eerste deel van deze verhandeling werd reeds verduidelijkt hoe ons sociaalzekerheidsstelsel bestaat uit twee vangnetten. Het eerste vangnet dat we het RSZ-net zouden kunnen noemen en waarin begrepen de werkloosheidsuitkeringen, de ziekte-en invaliditeitsuitkeringen, de kindervergoeding, de pensioenen, vakantiegeld enz. En het tweede vangnet is dan het OCMW. Wie dus om één of andere reden door de mazen valt van het eerste RSZ-net komt terecht in het tweede. Dat wil m.a.w. ook zeggen dat bvb. een geschorste werkloze normaal gezien eigenlijk niet echt geschorst wordt. Wat er wel gebeurt is een soort van broekzak vestzak operatie. De werkloze verdwijnt uit de werkloosheidsstatistieken maar blijft defacto wel werkloos en zijn uitkering komt nu gewoon tot bij hem via andere wegen.

Bovendien zijn er ook aan het leefloon van het OCMW voorwaarden verbonden en dat maakt dat men ook door de mazen van dit tweede vangnet kan vallen en dat betekent dan extreme armoede en vaak ook dakloosheid. Hoe dan ook, de laagste uitkering die er momenteel bestaat is een leefloon voor samenwonenden en bedraagt 620 euro per maand.

Wat ik dus voorstel is om dit bedrag om te dopen tot een basisinkomen en waaraan verder geen voorwaarden zijn gekoppeld. Op die manier kan niemand nog volledig zonder inkomen vallen en dichten we alle mazen van het sociaal vangnet. Anderzijds is de laagte van het bedrag in zichzelf voldoende activatieprikkel en kan men dit nog bezwaarlijk een hangmat noemen.

Dit basisinkomen zou dan uitgekeerd worden vanuit een derde sociaal stelsel dat zich nog eens onder het tweede bevindt én van zodra dit in voegen is kan begonnen worden met de twee daarboven geleidelijk aan af te bouwen. Neem nu bvb. iemand die nu een leefloon ontvangt als samenwonende; die heeft dan al niets meer te zoeken bij het OCMW want ontvangt dan reeds hetzelfde vanuit dit nieuwe stelsel.

Wanneer nu dus iedereen dit basisinkomen zou ontvangen dan wil dit ook zeggen dat het in mindering gebracht kan worden van alle andere bestaande uitkeringen. Ook van de pensioenen, van het vakantiegeld, de invaliditeitsuitkeringen enz. Wat de actieven betreft moeten we hun RSZ bijdragen verhogen met 620 euro maar die deze actieven dan wel zelf terug uitgekeerd krijgen, eveneens als basisinkomen.

We hebben dan eigenlijk financieel voor niemand iets veranderd maar wel een basisinkomen ingevoerd waar niemand nog naast kan vallen ... en zo dus ook extreme armoede uitgesloten. We hebben de extreme armoede niet verminderd. We hebben ze VOLLEDIG UITGESLOTEN en we zouden zo dan het eerste land ter wereld zijn dat dat kan zeggen én het heeft ons niks gekost( niks meer dan dat de SZ nu kost).

Nu lijk ik wellicht misschien op het eerste gezicht op een zoveelste gulle Waalse PS sinterklaas maar dat is niet zo want wat ik vervolgens ga voorstellen is om alle inactieven, weliswaar geleidelijk aan en weloverwogen, uit de twee andere huidige vangnetten daarboven "te gaan duwen". Dat kan ook want het derde is paraat.

Naarmate we dan vervolgens de andere uitkeringen kunnen afbouwen en meer mensen van de twee oude vangnetten hebben overgebracht naar het derde kunnen we dan de RSZ bijdragen verlagen die de mensen nu reeds betalen. De 620 euro die ze terugkrijgen blijft dus. Maar de andere bijdragen die ze niet terug krijgen dalen en dit naarmate we het merendeel van de uitkeringen boven het bedrag van 620 euro kunnen uitfaseren en we tegelijkertijd de dure diensten die deze nu uitkeren en die al die rompslomp organiseren kunnen ontmantelen.

Het afbouwen van de andere twee vangnetten kan bovendien geleidelijk aan verder avanceren naarmate de in deel 3 besproken maatregelen hun impact verder beginnen te sorteren en die tot doel hebben om de levenskost te verlagen.

Bovendien voorspel ik nog een effect dat we gaan zien bij de inactieven. Eens ze in dat derde vangnet terecht zijn gekomen gaan ze nooit nog anders willen. Gedaan immers met de drempel die hen weerhoudt om samen te gaan wonen en ook weg met de drempel om gedeeltelijk actief te gaan worden via bvb. een bijberoep of dienstencheques.

Ik maak me sterk dat we zodoende op termijn ( en mits nog een paar hervormingen waar ik nog op terug kom ) dat basisinkomen van 620 euro zelfs nog verder gaan kunnen afbouwen. Onze huidige SZ heeft ons in een economische kramp gebracht en die kramp zal verdwenen zijn. En de verlammende voorwaarden van onze huidige SZ voor de inactieven zullen ook verdwenen zijn.

Onze huidige SZ maakt het voor de inactieven eigenlijk zo dat ze niks mogen en niks kunnen doen. T.t.z. het is alles of niets. Men kan een fulltime job vinden ja maar als dat om één of andere reden niet haalbaar is dan MOET men in dat verdomhoekje blijven zitten niksen en beschimpt en bespuwd worden als luiaard en parasiet. Er is niks tussen dat alles of niets. In het SZ voorstel dat ik doe is er wel een grijze zone. Men kan er wel een beetje actief in zijn, op een laag pitje beginnen en van daaruit kan men dan vervolgens beginnen groeien. Dat groeien, dat geleidelijk aan opbouwen kan niet binnen ons huidig stelsel en dat maakt van die hangmat een hangmat waar men aan vast geketend geraakt en niet meer van los kan komen. Eigenlijk is ons huidig SZ stelsel een soort van economisch concentratiekamp geworden. En bovendien een heel duur economisch concentratiekamp en dat dan door de werkenden betaalt moet worden.

2. De dienst basisinkomen.

Dit derde sociaal vangnet heeft een operationele infrastructuur die nagenoeg volledig geautomatiseerd werkt en dus verder een minimaal personeelsbestand nodig heeft om operationeel te kunnen blijven. Er hoeft niet nagekeken te worden wie er wel en wie er geen recht op heeft en wie al of niet aan voorwaarden voldoet en wie er de juiste formaliteiten vervult heeft. Er hoeft ook geen bedrag uitgerekend te worden ofzo al naargelang gezinstoestand e.d. want het bedrag is voor iedereen hetzelfde.

Die operationele infrastructuur bestaat om te beginnen uit een centrale bankrekening ( verder CBB genoemd : centrale bankrekening basisinkomen ) waarop d.m.v. elektronische sociocheques volmacht gegeven zal worden aan de begunstigden ten bedrage van de hen toegekende sociocheques. Op het eerste gezicht lijkt het me het meest logische om hiervoor samen te werken met Bpost.

Er is een inlogplatform nodig waarop de begunstigden kunnen inloggen. Waar ze hun pincode kunnen aanpassen, verrichtingen kunnen doen. Dit moet mogelijk zijn via een eigen elektronisch devies maar ook via publieke terminals van de banken. Er moeten de nodige regelingen getroffen worden met Banksys, Bancontact e.d. om dit nieuwe betaalsysteem overal te implementeren in het moderne betaalverkeer.

Iedere gerechtigde bewoner van ons land krijgt een sociochequebetaalkaart toegestuurd met pincode. Deze betaalkaart wordt vanaf dan de toegang van ieder burger tot zijn of haar sociale zekerheid. Tot zijn pensioen maar ook tot zijn eventuele invaliditeitsuitkering, ziekengeld of werkloosheidsuitkering, leefloon, kindergeld, vakantiegeld enz. Eigenlijk bestaat zo'n systeem ook reeds in de vorm van elektronische maaltijdcheques. Het enige verschil met de sociocheques is dat je daar behoudens enkele uitzonderingen wel overal mee zal kunnen betalen en er zelf overschrijvingen mee zal kunnen doen.

Wat kan met de sociocheques?

* Betalingen via bancontact of overschrijvingen naar binnenlandse (BE) handelsrekeningen.

Wat kan niet met de sociocheques?

* Cash afhalen. Alles kan enkel elektronisch besteed worden.

* Betalingen of overschrijvingen naar buitenlandse bankrekeningen. Alles blijft zo binnen onze eigen economie. Geen kindervergoedingen dus bvb. meer die in het buitenland terecht komen. Voor mensen die deze bedoelingen zouden hebben wordt het nutteloos ze te trachten bekomen. Met maaltijdcheques kan men nu trouwens ook al niks doen in het buitenland.

* Overschrijvingen naar binnenlandse particuliere bankrekeningen. Zo kan er geen drugs of prostitutie mee betaald worden.

* Overschrijvingen of betalingen naar binnenlandse handelsrekeningen van bedrijven die gokactiviteiten organiseren.

* Indien we de verkoop van tabak en alcohol beperken tot gespecialiseerde handelszaken dan kan ook de aankoop daarvan verhindert worden met de sociocheques.

* Er kunnen gaandeweg eventueel nog beperkingen opgelegd worden om bedenkelijke uitgaven onmogelijk te maken.

* Erven. De sociocheques zijn persoonlijk en kunnen niet doorgegeven worden.

Financiering.

Wat de werkenden betreft komt er een werknemersbijdrage bij ten bedrage van 620 euro. De werkgever wordt verplicht om deze van het nettoloon af te houden en deze rechtstreeks door te storten naar de CBB. De werkenden krijgen deze onmiddelijk terug toegekend in de vorm van elektronische sociocheques op hun sociochequerekening. Ze krijgen dit loon dus voortaan gewoon op een andere manier.

Alle uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden hun uitkering of pensioen wordt met 620 euro verminderd. Al deze bedragen worden door de RSZ voortaan gestort naar de CBB in plaats van naar de pensioendienst, RIZIV, RVA enz. en de begunstigen krijgen dit bedrag dus voortaan ook in sociocheques i.p.v. van de respectievelijke diensten. De rest van hun rechten krijgen ze voorlopig nog gewoon verder via deze instellingen.

De OCMW's storten 620 euro van alle leeflonen die ze uitkeren ook door naar de CBB. Samenwonenden zullen derhalve al onmiddellijk niet meer bij het OCMW hoeven te zijn maar alle anderen leefloners voorlopig nog wel.

Voor het kindergeld moeten we nog een andere regeling treffen. T.t.z. Het basisinkomen voor volwassenen wordt 620 euro en dat voor kinderen (-18) wordt dan 166 euro ( hetzelfde bedrag als nu). Alles wat dus heden wordt uitgekeerd aan kindervergoeding moet voortaan door de RSZ ook naar de CBB doorgestort worden in plaats van naar de kinderbijslagkassen en die vervolgens dan als eerste al integraal ontmanteld kunnen worden aangezien de ouders hun vroegere kindervergoeding nu ook in sociocheques ontvangen.

Puntjes op de i ... voor de mensen die nu helemaal geen inkomen hebben uit werk of sociale zekerheid heb ik tot nu toe nog een gat in mijn begroting. Over hoeveel mensen dat precies gaat is moeilijk te zeggen omdat die nu eenmaal bij geen dienst geregistreerd staan als gerechtigde. Het gaat om enerzijds intrieste sukkelaars en anderzijds voornamelijk om huisvrouwen die leven van het inkomen van hun partner. 100.000 basisinkomens kosten 744 mio per jaar. Wanneer we de subsidies van de VRT intrekken dan hebben we er daar al 300 van. Bij de kranten kunnen we er nog eens 400 halen en dan is er nog een bedenkelijk BTW voordeel voor de media ( Bron). De subsidies van de vroegere kinderbijslagfondsen kunnen we daar ook nog eens bijtellen en naarmate we de vakbonden hun zuilenbos verder gaan rooien komt er nog allerlei nu nutteloos besteed geld vrij dat het bedrag dat nodig is om alle inkomenlozen het basisinkomen toe te kennen verre gaat overtreffen.

3. Hervorming Sociale bijdragen werknemers en werkgevers.

Om te beginnen wil ik het in deze even hebben over de foute perceptie die we hieromtrent vind ik hebben. Een werkgever organiseert werk en put zijn winst uit het verschil tussen de productie van een arbeider en diens loonkost. Laten we nu zeggen dat een arbeider maandelijks 3500 euro waarde produceert in zijn bedrijf. En indien die arbeider hem dan (alles in begrepen ) 2500 euro per maand kost dan heeft hij op iedere arbeider 1000 euro winst. Indien de werkgever geen of te weinig winst kan maken op een arbeider dan zal hij die niet aanwerven. Dat bedrijven geen liefdadigheidsinstellingen zijn wist u al uiteraard.

Alle bijdragen die de werkgever bovenop het brutoloon betaalt worden m.a.w. strikt genomen niet door de werkgever betaald maar wel door de productie van de arbeider en dus door de arbeider. Derhalve maken ze eigenlijk wel deel uit van zijn brutoloon. Dat dit wel degelijk zo is wordt ook verraden door het feit dat de zg. werkgeversbijdragen op de loonfiche van de werkgever vermeld worden. Het echte brutoloon is dus eigenlijk gelijk aan de loonkost.

Ik hou er nogal van persoonlijk om een kat een kat te noemen en dus ook om het schaduwwoord loonkost af te voeren en het voortaan gewoon eerlijk te gaan houden op brutoloon. Louter mijn persoonlijke voorkeur zou onvoldoende motivatie hiervoor zijn uiteraard maar waar ik eigenlijk echt op doel is om in volgende instantie de zaken voor afbouw hanteerbaar te maken en ook transparant voor iedereen en waarbij er ook geen discussie mogelijk is over op wiens bijdragen de verminderingen van toepassing moeten zijn.

D.m.v. één wet kunnen we maken dat alle werkgeversbijdragen dus formeel verdwijnen en dat deze voortaan ook uitbetaald moeten worden als brutoloon en dat ze daar dan samen met de huidige werknemersbijdragen worden afgehouden.

Naarmate we de twee eerste sociale vangnetten afslanken door hun begunstigden over te hevelen naar het universele derde sociaal vangnet kunnen we dus alles behalve de 620 euro voor het basisinkomen beginnen verminderen. Dit zal kunnen gebeuren evenredig met de mate waarin en de snelheid waarmee we de levenskost kunnen verlagen.

Momenteel ligt de levenskost aanzienlijk hoger dan 620 euro. Maar vanaf het moment dat die onder de 620 euro zou zakken kan deze bijdrage die men zelf terugkrijgt uiteraard wel naar omlaag.

De sociale bijdragen zullen echter altijd in twee delen opgesplitst blijven. Het eerste deel dat we terugkrijgen in sociocheques en het tweede deel dat dient voor de sociocheques van de inactieven. Het deel dat we terugkrijgen en het deel dat we niet terugkrijgen en dat dient voor herverdeling. Het is dat laatste deel dat we uiteraard in eerste instantie moeten trachten afbouwen.

Dat tweede deel kunnen we verder onderverdelen in verschillende bijdragen voor verschillende fondsen ter herverdeling zoals o.a. de pensioenen, de ziekenfondsen, de rva enz. en die ik hieronder één voor één ga trachten behandelen en uiteenzetten hoe we ze kunnen afbouwen of minimaliseren.

4. Het vakantiegeld.

Laten we beginnen met het kleinste en dat is het jaarlijks vakantiegeld. Dit is het enige behorende tot het tweede deel trouwens dat niet herverdeeld wordt, want enkel wie vakantiegeld betaalt krijg ook vakantiegeld.

Het enige dat de overheid hoort te doen in deze is zorgen dat de arbeider niet volledig zonder inkomen valt tijdens de vakantie. Dat hem m.a.w. ook tijdens zijn vakantiedagen het basisinkomen kan worden uitbetaald. Als hij meer wil dan moet de arbeider dat zelf organiseren. Er is niks op tegen indien dat in samenspraak met de werkgever nog steeds m.b.v particuliere vakantiegeldfondsen wordt geregeld. Trek er jullie plan mee zou ik zeggen. De overheid heeft toch al genoeg kopzorgen. Trouwens ! Het vakantiegeld wordt momenteel meestal uitbetaald in mei en als de arbeider dat dan opmaakt en in vakantie gaat in augustus dan zit hij dan nog steeds op zwart zaad en dus wordt het doel waarvoor dit ooit werd opgericht vaak helemaal niet bereikt. Belachelijk toch zoiets allemaal !

(620/30) * 20 = 413 euro. Dat gat moet (uitgaande van 20 vakantiedagen) dus opgevuld worden tijdens de actieve dagen. Komt neer op een bedrag van 34.5 euro per maand. Voor gelijk welke arbeider dus met gelijk welk loon. Dus m.a.w. eerder werd de vakantiegeldbijdrage van de werkgever al overgeheveld naar het brutoloon. Vervolgens wordt daar nog maar slechts 34.5 euro/maand van doorgestort naar de CBB en de rest mag de arbeider dan meteen zelf houden.

Wat de vakantiedagen betreft ontvangt de arbeider net zoals alle andere maanden 620 euro aan sociocheques. Uitgaande van 20 vakantiedagen daarbovenop nog eens een aantal dagen zijn arbeidersloon. Indien hij zich bovendien de gewoonte eigen gemaakt heeft om niet steeds al zijn sociocheques op te maken heeft hij voldoende reserve opgespaard om daar in zijn vakantiedagen eventueel een tekort mee op te kunnen vangen.

5. De werkloosheid

Zonder enige twijfel is de werkloosheid de onpopulairste pijler van ons huidig SZ stelsel en die dan ook het meeste kwaad bloed zet bij de actieven. Nochtans is het de kleinste van allemaal. Anderzijds is de bias begrijpelijk omdat het gaat over mensen die in principe perfect tot arbeid in staat zijn. Laat ik het zo zeggen dat om electorale redenen aangewezen is deze eerst aan te gaan pakken. Nog even op wijzen dat in deze fase van mijn plan alle werkloosheidsuitkeringen reeds met 620 euro per maand verminderd zijn ten gunste van het basisinkomen en dat de werklozen dus nog slechts het restbedrag ontvangen van de RVA.

Nu zijn er eigenlijk twee werkloosheidscategoriën. Er zijn de gewone werklozen en er zijn de werklozen die 33 percent mindervalide zijn en als dusdanig werden erkend door een RVA arts. Deze laatste categorie mag al naargelang de aard van hun mindervaliditeit bepaalde fysieke jobs weigeren. Dit zijn mensen met enige beperking en dus lijkt het mij logisch om hen nog het langste met rust te laten. Ik stel dus voor om te beginnen met de gewone volledig arbeidsgeschikte werklozen.

Allereerst iets over de zg. degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. Dit is m.i. geen goed beleid omdat de hoge uitkeringen bij het begin van de werkloosheid de werkloze aanmoedigen om een soort van sabbatical te gaan nemen. Wanneer men al heel wat jaren dienst heeft is dit niet onbegrijpelijk maar het is nefast voor de kansen op het vinden van een nieuwe job. Werkloosheid werkt immers als een stigma op het C.V. en niets anders wordt sollicitanten zo kwalijk genomen op de arbeidsmarkt als zg. gaten in het C.V. Een paar maandjes werkloosheid wordt nog wel vergeven maar vanaf een half jaar ongeveer begint het al en van daar uit gaat het van kwaad naar erger. Het komt er dus op aan dat de werkloze zo snel mogelijk weer terug aan de slag geraakt. Hoe langer het duurt hoe groter het risico wordt op een vicieuze cirkel van chronische werkloosheid.

Wat ik dus voorstel is om diegenen die werkloos zijn op het moment dat we met deze afbouwoperatie zouden beginnen hun uitkeringen gewoon te laten verminderen zoals dat nu reeds gebeurt maar de werklozen die er van dan af nog bij komen meteen op het huidig minimumbedrag te zetten én bovendien de werkloosheid vanaf dan te beperken in de tijd en meer bepaald tot twee jaar. Men krijgt dus van in het begin hetzelfde bedrag dat heden het eindbedrag is en dat gedurende maximum twee jaar. Dat maakt ook dat we nog slechts drie uitkeringsbedragen over houden. Het bedrag voor de alleenstaande, voor de samenwonende en voor de samenwonende met gezinslast. En na twee jaar wordt men uit het eerste sociaal vangnet "geduwd" en komt met in het tweede terecht of m.a.w. bij het OCMW.

Vanaf het moment dan dat de maatregelen van deel 3 voldoende levenskostverlaging hebben teweeggebracht stoppen we vervolgens met nog nieuwe werklozen toe te laten. De OCMW uitkeringen immers zijn ook opgedeeld in dezelfde drie gezinscategoriën maar die zijn iets lager maar zullen dan wegens de gedaalde levenskost wél afdoende zijn. De oplettende lezer zal nu trouwens doorhebben dat de samenwonende werkloze meteen van het eerste naar het derde vangnet zal gaan aangezien hij bij het OCMW geen bijkomende rechten meer heeft omdat hij zijn volledig vroegere leefloon reeds ontvangt in sociocheques.

De VDAB blijft overigens bemiddelen inzake tewerkstelling. Deze uitbreiding van het werkterrein van de VDAB werd trouwens reeds in het Vlaams regeerakkoord van Jambon 1 ingeschreven. Er is ook een corrigerende financiële transfer nodig van de RSZ naar de POD MI omdat die nu meer leeflonen zullen moeten gaan verstrekken. Deze transfer zal toenemen naarmate we de andere RSZ uitkeringen afbouwen maar het totaal herverdeelde bedrag zal naarmate de hervorming zich verderzet aanzienlijk afnemen.

6. De mindervaliden

Mja een rare titel van dit hoofdstuk. Wat ik eigenlijk wil uitdrukken is de groep mensen die in min of meerdere mate hulpbehoevend zijn en geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt omwille van één of andere fysieke of geestelijke beperking en die nu verdeeld zijn over twee pijlers van onze SZ. Er zijn de (tijdelijk) arbeidsongeschikten, de invaliden en er zijn de mensen die een arbeidsongeval hadden. Deze mensen ontvangen heden hun uitkering via de RIZIV. Dan zijn er nog de 33 percent invaliden die onder de werkloosheid en dus de RVA vallen.

Wat de mensen betreft die permanent onder de RIZIV vallen bestond er tot voor kort geen plicht om werk te zoeken. Ook hierin werd onder Jambon 1 echter reeds gekozen voor een andere richting. Veel van deze mensen willen zelf ook werken. Dat is ook nooit verboden geweest maar dan verviel wel hun recht op een uitkering. Hoe dan ook wil Jambon 1 nu ook deze mensen meer naar de arbeidsmarkt gaan toeleiden en daarom werd in het Vlaams regeerakkoord ingeschreven dat de VDAB ook deze mensen voortaan in die zin zal gaan begeleiden.

Wat nu de kern van de zaak is in deze verhandeling is het gegeven dat deze mensen door hun hoedanigheid een hogere levenskost kunnen hebben. Ook hun uitkeringen zijn bovendien in deze fase reeds verminderd met 620 euro en die ze nu in sociocheques krijgen. Probleem dat ik zie is dat we heden twee teams van controleartsen hebben die de al of niet gedeeltelijke invaliditeit al of niet bevestigen. Er zijn de RIZIV controleartsen en de RVA controleartsen.

Wat ik nu beoog is om deze mensen ook bij het OCMW terecht te laten komen voor een leefloon bovenop hun basisinkomen al naargelang hun gezinstoestand en hen daar een recht te geven op een zorgsurplus daar nog eens bovenop en dat hun extra levenskost eigen aan hun hoedanigheid kan dekken en dit bedrag te laten bepalen door plaatselijke beëdigde controleartsen (huisartsen). Het basisinkomen ligt vast. Het leefloonsurplus daarbovenop is afhankelijk van hun gezinstoestand en het zorgsurplus is variabel naargelang hun hoedanigheid en wordt ook toegekend door het OCMW op basis van een advies van de controlearts. Ze doen dus hun aanvraag bij het OCMW, de stuurt hen ter controle naar de controlearts en op basis van het advies waarmee die hen terugstuurt krijgen ze dan eventueel een bijpassing.

Moeten we het nog even hebben over de tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Zij kunnen ook een leefloonsurplus gaan aanvragen bij het OCMW (maar geen zorgsurplus) en krijgen dit toegekend op basis van een ziekenattest van de plaatselijke controlearts.

Wanneer deze hervorming is doorgevoerd kan de laatste bij de RVA daar het licht uitdoen. Bij de RIZIV blijft de dienst die zich bezig houdt met de terugbetaling van de medische verzorging hetzelfde. Maar ook op de dienst uitkeringen doen we het licht uit en wat de controleartsen betreft kunnen we voortaan gaan werken met van thuis uit werkende beëidigde huisartsen.

Voor ik met het volgende onderwerp verderga nog even dit. 30 percent van onze huidige invaliden mankeert lichamelijk niks en is dus lichamelijk perfect tot arbeid in staat. Een deel van deze mensen lijdt aan één of andere vorm van mentale handicap maar een zeer groot gedeelte ervan is depressief en lijdt aan andere kwalen die veeleer eigen schijnen te zijn aan onze moderniteit. Een niet te onderschatten gedeelte is om het zo te zeggen gewoon ( begrijpelijk overigens ) depressief omwille van een combinatie van armoede, uitzichtloosheid en eenzaamheid. Hoe verbazend nu toch dat deze mensen niet happy worden van die armoede, uitzichtloosheid en eenzaamheid ! Ze zijn voor een groot stuk ook de prijs die we betalen voor de aanval die de mei 68 igers hebben ingezet op het traditioneel gezin en dus op een traditioneel sociaal weefsel dat alleen in de loop van duizenden jaren tot een traditie is kunnen uitgroeien omdat het nu eenmaal bewezen heeft het beste te werken voor het sociaal wezen genaamd mens. Mensen zijn sociale wezens en hebben andere mensen, verwanten nodig om daarin zingeving te kunnen vinden en daar is niks verkeerd mee en het gros van die psychiatrische patiënten zijn ook mensen die via indoctrinatie tegen die traditie die hen gelukkig kan maken werden opgezet! Newage heeft mensen geleerd dat men enkel in zichzelf zingeving mag en moet vinden, dat het egoïstisch en zwak is om dat in anderen te zoeken en dit is een utopie en veel mensen zitten daardoor mentaal in de problemen omdat hen een opdracht op de schouders gelegd werd die ze eigen aan hun natuur nooit kunnen volbrengen.

Het gegeven dat men deze mensen dan ook nog volpropt met allerlei legale bigfarmadrugs heeft mij in het verleden nieuwe woorden doen formuleren zoals knuffelconcentratiekamp (psychiatrische instellingen) en zombificatie. Ik heb vreselijke zaken gezien in deze toen ik mensen ging bezoeken die zich op de treinen hadden laten zetten ... euhm ik bedoel die zich hadden laten opnemen! Ik maak me sterk dat een heroplevende economie o.a. dankzij alle maatregelen die ik hier uitschrijf alsook het wegnemen van de barrières om een gezin te stichten én de prikkel van een spartaans basisinkomen in combinatie met reële kansen velen hiervan uit hun werkelijk erbarmelijke omstandigheden zal kunnen halen. Een media die ermee kapt met deze hippieshitcultuur te promoten zou daar overigens ook bij kunnen helpen. Of misschien moeten we hen voortaan de factuur van de psychiatrie gaan presenteren ...

7. Het OCMW

Eerst even resumeren misschien waar we nu staan.

De dienst kindervergoeding hebben we ontbonden. De ouders van de kinderen ontvangen nu per kind een basisinkomen van 166 euro per maand per kind. Wanneer die kinderen 18 worden dan wordt dit 620 euro per maand en komen die sociocheques in hun eigen beheer en op een eigen sociochequerekening.

Het vakantiegeld hebben we ook geïntegreerd in het basisinkomen via een verlaagde verplichte bijdrage van 34,5 euro per maand en het overschot krijgen de arbeiders nu onmiddellijk als loon uitbetaald.

De RVA en al diens uitkeringen hebben we afgeschaft en alle begunstigden overgeheveld naar het OCMW, waar ze tenzij ze samenwonen voorlopig nog een leefloonsurplus krijgen bovenop het universeel minimuminkomen, op voorwaarde dat ze zich door de VDAB laten begeleiden naar de arbeidsmarkt toe. Als ze hier als samenwonenden geen recht op hebben dan kunnen ze zich nog steeds laten begeleiden door de VDAB. De VDAB werd reeds door de regering Jambon 1 opengesteld voor eenieder (als die belofte waargemaakt wordt de komende jaren tenminste). Aangezien de RVA en diens uitkeringen niet meer bestaan bestaat ook de subsidie niet meer voor de erkende uitbetalingsinstellingen (vakbonden en hulpkas).

De RIZIV uitkeringsdienst is ook verdwenen en hun begunstigden trekken ook een leefloonsurplus van het OCMW en bovendien een zorgsurplus, indien hun beperking permanent is en die dan hun extra kosten eigen aan hun hoedanigheid dekt, waarvan de hoogte bepaald wordt door een lokale controlearts en die eveneens bepaald of het in hun hoedanigheid aangewezen is om te gaan werken en zo ja zijn ze ook verplicht om zich te laten begeleiden door de VDAB naar aangepast werk toe. Aangezien de RIZIV uitkeringsdienst niet meer bestaat bestaat ook de subsidie niet meer voor de erkende uitbetalingsinstellingen ( de ziekenfondsen ).

En nu is het dan tijd om wat ik de gezinsdrempel noem te gaan wegnemen. Tegen dat we zover zijn hebben de maatregelen van deel 3 nog meer hun werk kunnen doen en dus kunnen we de leeflooncategorie alleenstaande afschaffen. Vervolgens hebben ook al deze mensen dan niks meer te zoeken bij het OCMW en kunnen ze hun plan trekken met het basisinkomen. Bovendien hebben ze tal van mogelijkheden om zich boven dit spartaans inkomensniveau uit te werken dankzij de maatregelen beschreven in deel 3. En bovendien kunnen ze gaan samenwonen om kosten te delen. We moedigen dat nu immers aan in plaats van het te ontmoedigen. We vervingen de gezinsdrempel door een kluizenaarsdrempel!

Zitten we enkel nog met de categorie samenwonenden met gezinslast. Momenteel komt het erop neer dat wie minstens 1 kind ten laste heeft een leefloon heeft dat 326 euro hoger ligt dan het leefloon van een alleenstaande. Ik ben wellicht niet zo sterk in het verzinnen van de gepaste terminologie maar laten we dat bedrag van 326 euro dan voorlopig maar een kinderleefloon noemen en dat diezelfde mensen dus ook nog kunnen bekomen via het OCMW. Vervolgens brengen we hen ook over naar het derde vangnet.

Het OCMW zal dus blijven bestaan. Een basisinkomen kan immers geen rekening houden met specifieke noden. Werklozen zullen niks meer te zoeken hebben bij het OCMW. Arbeidsongeschikten echter wel voor een eventueel zorgsurplus. Mensen met kinderen voor een kinderleefloon. En tot slot ook nog gepensioneerden die een te laag pensioen hebben. De huidige regeling minimumpensioen is weer typisch naar ons SZ model zodanig ingewikkeld dat een kat er haar eigen jongen niet meer in vindt. Niet iedereen heeft recht op een minimumpensioen. Maar wie er dan geen recht op heeft heeft nog wel recht op een bijpassing naar het bedrag van het leefloon. Stel nu dat iemand heden bvb 400 euro pensioen heeft en geen recht op een minimumpensioen dan kan die bij het OCMW een bijpassing van 528 euro ( voor een alleenstaande) bekomen zodat diens inkomen dan gelijk is aan het leefloon.

Aangezien men dus eigenlijk zowiezo toch recht heeft op het bedrag van het leefloon en aangezien dat dan toch uit belastingen betaald moet worden kan men mijns inziens beter meteen dat bedrag van het leefloon als minimumpensioen uitbetalen en aangezien we toch bezig zijn hier met een basisinkomen stel ik dan voor om een derde categorie basisinkomen in het leven te roepen. Of m.a.w. een 65 plus basisinkomen dat iets hoger ligt dan het gewone basisinkomen van 620 euro. Wanneer we er 300 euro bijtellen dan komen we op het huidig bedrag leefloon. We hebben dan basisinkomen ...

-18 : 166 euro.

18-65 : 620 euro.

65+ : 920 euro.

Dit laatste lijkt laag wellicht maar nog eens herinneren aan de levenskost verlagende maatregelen uit deel 3 en ook het gegeven dat men heeft kunnen sparen op de sociochequerekening. En bovendien is ouderdom een vorm van invaliditeit en kan er van daaruit in geval van een hogere levenskost door toedoen van beperkingen nog steeds een zorgsurplus aangevraagd worden bij het OCMW, net zoals de invaliden dat kunnen doen. Tot slot nog opmerken dat alle door het oude systeem beloofde pensioenen nu door het basisinkomen 65+ niet langer met 620 euro maar met 920 euro verminderd kunnen worden.

Nog iets vergeten ! Het OCMW heeft steeds een inzagerecht in de sociochequerekening van haar cliënten. Iemand die daar nog reserve op heeft staan moet dat eerst op leven. Dat is steeds de hoofdregel. Het basisinkomen komt automatisch en zonder voorwaarden. Het OCMW is het enige dat nog overblijft van gans onze huidige voorwaardelijke santenkraam. De vaste voorwaarden daar om aanspraak te kunnen maken is behoeftigheid en specifieke hoedanigheid ( kinderen ten laste = kinderleefloon, fysieke beperking = zorgsurplus). Het leefloonsurplus was een tijdelijke maatregel die werd afgeschaft toen de gezinscategorieën werden afgeschaft.

8. De pensioenen

Om te beginnen voor wie het niet zou weten of opfrissing nodig heeft ...

1e pensioenpijler : Het zg. wettelijk pensioen. Door de overheid georganiseerd verplicht pensioensparen. Werkt volgens het overslag-of repartitiestelsel waarbij de huidige actieven de huidige pensioenen financieren uit RSZ bijdragen.

2e pensioenpijler : Het zg. aanvullende pensioen. Door de werkgever collectief georganiseerd pensioensparen dat werkt volgens kapitalisatie en waarbij de afgedragen bedragen door een particulier pensioenfonds of verzekeraar belegd worden en uiteindelijk als rente terug worden uitgekeerd in wat men dan een aanvullend pensioen noemt. Meestal kan men ook kiezen voor een eenmalige premie en soms ook een combinatie van een premie en rente. Dit pensioen in in principe vrij maar voor werknemers defacto toch eigenlijk verplicht. Voor de werkgever zijn de pensioenbijdragen uitgesteld loon waarop minder belasting betaald worden. Op die manier moedigt de overheid het aanvullend pensioensparen aan.

3e pensioenpijler : Eveneens zg. aanvullende pensioen. Individueel en vrijwillig pensioensparen dat werkt volgens kapitalisatie en waarbij de afgedragen bedragen door een particulier pensioenfonds of verzekeraar belegd worden en uiteindelijk als rente terug worden uitgekeerd in wat men dan een aanvullend pensioen noemt. Meestal kan men ook kiezen voor een eenmalige premie en soms ook een combinatie van een premie en rente. De pensioenbijdragen zijn fiscaal aftrekbaar. Op die manier moedigt de overheid het aanvullend pensioensparen aan.

4e pensioenpijler : Dit kunnen aandelen zijn of bvb. vastgoed.

We weten intussen allemaal al wel dat de vergrijzing ons pensioenstelsel danig onder druk zet. Dit betref echter enkel het wettelijk pensioen omdat dit functioneert volgens het overslagstelsel. Op de andere pensioenstelsels heeft de vergrijzing geen effect. De negatieve impact van de vergrijzing wordt geacht te pieken rond omstreeks 2040 en daarna terug af te nemen.

Ook door het overslagstelsel van de eerste pensioenpijler moeten we pensioenrechten eigenlijk incalculeren als staatsschulden of pensioenschulden. Deze schulden overtreffen bovendien verre de gewone staatsschulden. Volgens een artikel van De Tijd van 15/06/2017 bedroegen deze pensioenschulden anno 2015 niet minder dan 1.557 miljard euro oftewel 379 % BNP. Ter vergelijking ... onze gewone staatsschulden bedragen "slechts" 105 % BNP oftewel 419 miljard euro.

Nu veel vijven en zessen maar wat betreft de overgang naar het nieuwe sociaalzekerheidsstelsel maakt dit alles dat er eigenlijk 1.557 miljard euro ontbreekt in de CBB, indien we het wettelijk pensioen daar volledig in onder zouden willen brengen tenminste. Indien we dat niet doen dan zal het op een andere manier nog steeds uitbetaald moeten worden. Langs de andere kant hoeft dit bedrag er niet van bij de aanvang in te zitten omdat het ook pas in de toekomst en verdeeld over jaren zal moeten worden uitbetaald. Maar wat ik bedoel is dat het beschikbaar was geweest indien we niet gekozen hadden voor een overslagstelsel maar voor een kapitalisatiestelsel. In dat geval hadden we namelijk geen pensioenschuld gehad van 1.557 miljard euro maar een overheidspensioenfonds van 1.557 miljard euro.

Het nieuwe sociaalzekerheidsstelsel overigens is gedeeltelijk een kapitalisatiestelsel en gedeeltelijk een overslagstelsel. Wat betreft het basisinkomen is het een overslagstelsel. Maar wat betreft het persoonlijk tegoed dat men erin opspaart is het een kapitalisatiestelsel. Het overslagaandeel erin zal bij de start groot zijn maar afnemen naarmate het oude sociaalzekerheidsstelsel in onbruik geraakt en naarmate er door een gezonde economie en het niet verlammende en prikkelende karakter van het nieuwe sociaalzekerheidsstelsel meer mensen aan de slag geraken zal het overslagaandeel eveneens afnemen. Anderzijds dan weer zal het overslagaandeel erin vergroten naar 2040 toe door de pensioenschulden en daarna weer afnemen. Globaal gezien zal het overslagaandeel afnemen maar veel van die goed nieuws show zal helaas nog lange tijd teniet gedaan worden door de slechts heel traag uitdijende pensioenschulden. Bovendien zijn er ook nog de medische kosten die onmogelijk via een kapitalisatiestelsel te financieren zijn en dus ook altijd overslagaandeel zullen blijven.

Wie hier wat teleurgesteld in zou zijn en zou denken wat voor zin de overgang dan misschien wel heeft ? Momenteel is het overslagaandeel in onze SZ 100 percent en hebben we geen enkel vooruitzicht op afname ervan ! In het laatste deel van deze verhandeling zal ik aan de hand van loonfishe-voorbeelden beeldiger duidelijk maken wat het resultaat zal zijn voor de actieven.

Thierry J Wlazlak

Laatst bijgewerkt op 04/11/2019

Net wanneer u onlinedating had opgegeven ...

Afbeelding

Datinggala.com

Allerlei

Survivalisme

English

In de kijker