Deze website gebruikt cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die we op uw computer plaatsen om uw gebruiksgemak op onze website te verbeteren. We gebruiken sessie cookies en permanente cookies. Dat doen we om uw voorkeurinstellingen te onthouden en om te weten dat u akkoord ging met het gebruik van cookies. Derden op onze website gebruiken mogelijk ook tracking en nog andere cookies. Klik hier voor ons volledig cookiebeleid en meer info over cookies.
Ik ga akkoord met cookies

Algemeen

Klimaat

Oudere artikelen

De Belgische sociale zekerheid revisited

Deel 3 : De hervorming voorbereiden

Eerst dus een aantal beleidsmaatregelen waarvan sommigen mijns inziens noodzakelijk zijn en anderen wenselijk vooraleer men de SZ kan gaan beginnen hervormen. De hervorming die u hier verder uitgewerkt zal zien worden komt er in grote lijnen op neer dat enerzijds al de verschillende huidige uitkeringen ééngemaakt zullen worden en samengebracht in één basiskomen maar anderzijds ook dat dat basisinkomen aanzienlijk lager zal zijn dan het gemiddelde van die huidige uitkeringen. Een dergelijke verlaging van de uitkeringen is met de huidige levenskost echter niet moreel te rechtvaardigen. Bovendien zijn er een aantal mechanisaties die de levenskost kunstmatig omhoog blijven drijven en die dus een structurele oorzaak vormen van het feit dat onze sociale zekerheid heden zo duur moet zijn. Ook op vlak van tewerkstelling en kansen zijn er maatregelen noodzakelijk zodat iedereen ook een reëele mogelijkheid heeft om boven het niveau uit te stijgen van een mimimalistisch basisinkomen.

Sommige van de maatregelen in dit deel 3 kunnen wellicht ook nuttig zijn zonder dat het sociaal zekerheidsstelsel volledig hervormd zou worden. Men zou ook niet hoeven te wachten tot al deze maatregelen (volledig) doorgevoerd zijn en dit gedeelte en deel 4 dat hier nog op volgt kunnen m.a.w. door elkaar vloeien en enigszins simultaan aan elkaar verlopen.

1. Opzeggen van het Parijs-akkoord

Zelfs volgens de preambule van het Parijs-akkoord zelf vormen ook de maatregelen die genomen worden tegen de vermeende klimaatdreiging een mogelijke bedreiging voor de bevolkingen van de deelnemende partijen.

"Recognizing that Parties may be affected not only by climate change, but also by the impacts of the measures taken in response to it,"

Parijs klimaatakkoord

Zowat het eerste wat Donald Trump gedaan heeft toen hij de vlaggenstok overnam van Obama was dan ook de U.S.A. beginnen terugtrekken uit het klimaatakkoord en het is echt geen toeval dat vanop datzelfde ogenblik de Amerikaanse economie het ook weer onmiddellijk terug beter is gaan doen. Sinds het aantreden van Trump werden ook al meer dan 2 miljoen Amerikanen uit de armoede getild.

Binnen de lijnen van de klimaatambities bestaat er in ieder geval niet zoiets als armoedebestrijding en indien men deze waanzin echt zou gaan doordrijven dan zal dat ons land gedurende hetvolgende decennium veranderen in een tweede Venezuela. Niet het klimaat dus maar wel de klimaatambities zijn de dreigende ramp die als donkere wolken op ons land afstevenen. Armoede bestrijden = zorgen dat de armsten meer energie kunnen gaan gebruiken en zo hun welvaartspeil kunnen verhogen. Wereldwijd gezien gaat het eigenlijk zeer goed met de armoede en dit heeft alles te maken met het feit dat mensen in de derde wereld gedurende de laatste decennia toegang gekregen hebben tot meer en moderne energie, tot electriciteit en fossiele brandstoffen dus. Zelfs onze rechtse partijen beseffen schijnbaar niet half hoe gevaarlijk de klimaatambities zijn.

Wie van oordeel zou zijn dat hier aan overdreven stellingname wordt gedaan kan misschien hieronder eens luisteren naar het fragment waarin Yves Leterme in De Afspraak op Vrijdag van 21/06/2019 letterlijk zegt dat de klimaatmaatregelen de mensen pijn zullen doen en een impact zullen hebben op ons dagelijks leven die danig onderschat wordt. Onbegrijpelijk dat hij er niettemin onverkort voorstander van blijft, maar langs de andere kant heeft hij dan wel de ballen om tenminste vlakaf te durven zeggen waar het op staat.

2. Geen kernuitstap en de bestaande kernreactoren vervangen.

Onze energieprijzen worden nu reeds de hoogte ingedreven door het uitfaseren van kernenergie ten gunste van zogenaamde groene energie. Het geld dat men wil investeren in gascentrales ( die trouwens onze co2 uitstoot zullen verhogen ) zou beter geïnvesteerd worden in nieuwe kernreactoren. Goedkope energie is één van de cruciale hoekstenen in het creëren van een gezonde en stimulerende economische omgeving en dus ook fundamenteel inzake armoedebestrijding. Kernenergie heeft wereldwijd een zeer grote bijdrage geleverd aan de emancipatie van honderden miljoenen mensen uit de armoede en is dus een zegen voor de mensheid en zeker geen vloek.

3. Bevriezen van de brandstofprijs.

De brandstofprijs is in een geïndustrialiseerde wereld wat de broodprijs was in de wereld die daaraan vooraf ging. Met de brandstofprijs hangt de prijs van alle consumptiegoederen samen die we aan die industrialisering te danken hebben en die gemaakt hebben dat we heden welvarend zijn en niet meer arm. Het kunstmatig opdrijven van de brandstofprijs is (opzettelijk ?) armoede veroorzaken. De gewelddadige Franse revolutie was het gevolg van het onverantwoord en kunstmatig hoog opdrijven van de broodprijs. Soms lijkt het er wel op dat de rijke burgerij die in 1789 de zaken van de ancien regime heeft overgenomen de ambitie heeft om op dezelfde manier te gaan eindigen als hun voorgangers.

Worden ze daarin gedreven door arrogantie of pure onmacht? Om het begrotingstekort aan te vullen verhoogt men de brandstofprijs. Dat veroorzaakt dan daling van de koopkracht doordat alle prijzen stijgen, vervolgens krijgen meer bedrijven het moeilijk en waardoor de staatsinkomsten dan weer verder dalen en het begrotingstekort nog groter wordt. Vervolgens trekt men de belastingen (waaronder de brandstofaccijnzen) weer verder op. Een vicieuze neerwaartse spiraal, een welvaart opzuigende draaikolk waar onze regering niet aan weet te ontsnappen.

4. Huisvestingsmaatregelen ter verlaging van de armoedegrens

De huurprijzen kunnen gedrukt worden door te zorgen dat er op vrij korte termijn een groot aantal kleine woonunits bij kunnen komen. De bijgekomen goedkopere woonunits zullen mensen in staat stellen te kiezen voor een meer rudimentaire huisvesting en zal ook de huurwaarde doen dalen van de bestaande woningen. Met de onderstaande maatregelen kunnen we er vrij snel voor zorgen dat mensen een woonst zullen kunnen huren op de privémarkt voor 200-300 i.p.v. 600-700 euro. Dat geeft ons vervolgens de mogelijkheid om de uitkeringen met enkele honderden euro's te laten zakken zonder aan iemands fundamentele rechten te raken. Bovendien zal dit de wachtlijsten van de sociale huisvestingsmaatschappijen inkorten. Men kan misschien denken dat hier gepleit wordt om de huurmarkt een bepaalde richting in te gaan sturen maar de voorstellen hieronder komen er precies op neer om daarmee te stoppen. Het is namelijk de huidige schaarste die artificieel en gestuurd is.

Deze maatregelen zijn overigens ook niet enkel wenselijk voor werklozen en andere uitkeringsgerechtigden. Ook werkende mensen kunnen er namelijk voor willen kunnen opteren om een tijd zeer rudimentair te gaan wonen om zo veel te kunnen sparen en om dan nadien een eigen woonst te kunnen kopen. Nu kunnen zij deze stap vaak niet of veel te laat nemen omdat ze door te hoge huurprijzen verhinderd worden om te sparen.

1. Afschaffen van de ongeschiktheidsverklaring van woningen.

Momenteel kent onze wet ongeschikte en onbewoonbare woningen (Bron). Kort samengevat komt het erop neer dat onbewoonbare woningen een veiligheids-of gezondheidsrisico inhouden voor de bewoner. Daar moet uiteraard niets aan veranderd worden. Wat de ongeschiktheidsverklaring betreft echter betreedt de overheid hier een privaatrechtelijk beslissingsdomein dat het hare niet is. Deze regelgeving lijkt de huurders te beschermen maar dit is dus allerminst zo. Het is bij uitstek de regelgeving die onze armsten dwingt om boven hun stand te leven en hen de toegang tot alle goedkopere en voor hen betaalbare woningen ontzegt. Het is de huurder zijn bevoegdheid en recht om zelf te bepalen welke woonst voor hem of haar geschikt dan wel ongeschikt is en indien we ervoor zorgen dat er opnieuw genoeg aanbod kan ontstaan dan zullen de woningen die kwalitatief echt zwaar tekort schieten vanzelf geen huurders aantrekken.

Deze maatregel zal ook tot gevolg hebben dat men een heel kluwen van diensten die zich situeren van het federaal niveau tot het gemeentelijk niveau kan afbouwen. Het toezien op de veiligheid en de gezondheid van de woningen kan gewoon blijven behoren tot het takenpakket van de plaatselijke brandweerdiensten.

2. Maatregelen om woningdelen, samenwonen en het opsplitsen van gebouwen en woningen te stimuleren.

Een extreem ingewikkeld gemaakte materie en ik som hier slechts de m.i. belangrijkste knelpunten op, verspreid over verschillende beleidsdomeinen en waarin er in deze werk aan de winkel is.

We hebben het over het kadaster (bevoegdheid van het ministerie van binnenlandse zaken) en waarbij het erg omslachtig gemaakt werd om sommige grote gebouwen onder te verdelen in verschillende afzonderlijke woonunits. Hierin spelen ook weer de woningnormen mee en dus de veel te hoge vereisten waaraan moet worden voldaan. Om een vastgoed als huurwonning te kunnen aanbieden moet een eventuele huurder in het huurgoed kunnen domiciliëren. Dit kan enkel indien het huurgoed als een aparte woonunit erkend werd door binnenlandse zaken en als dusdanig werd opgenomen in het kadaster.

Ook bij bedrijfsruimten stelt zich een probleem. Er is een enorme leegstand bvb. boven winkels en magazijnen en het is vaak problematisch om een gedeelte van een handelspand of kantoorgebouw of magazijn bij binnenlandse zaken erkend te laten worden als woonruimte. Wat de betonstop betreft kan dit gegeven trouwens ook meetellen. Er gaat op deze manier immers zeer veel potentiële woonruimte verloren op reeds gebetonneerd landoppervlakte en veel van onze bedrijven leiden er bovendien ook verlies door.

We hebben het ook over de burgerlijke stand en het probleem waarbij huurders die een kennis in huis opnemen onvoldoende gewapend zijn om de samenwerking terug te beëindigen indien er zich problemen voordoen. Er is nood aan een soort van statuut van eerste bewoner en waarbij de eerste bewoner bvb. de eerste drie jaar van samenwonen niet naar het vredegerecht hoeft te stappen om de domiciliëring van een tweede bewoner te laten schrappen.

Ook wat betreft schuldeisers zijn er complexe problemen voor samenwoners en er is geen eenvoudige , eenduidige en waterdichte standaardmethode voorzien om te voorkomen dat er beslag op goederen gelegd wordt voor de schulden van een medebewoner. Een onderhandse akte kan bvb. wel opgesteld worden maar er is geen zekerheid dat een deurwaarder hier rekening mee zal houden. De eenvoudigste oplossing zou m.i. een mogelijkheid zijn om bij de gemeente een inventaris inboedellijst te kunnen deponeren.

3. Wonen op campings weer terug mogelijk maken.

Op dit vlak moeten we het beleid waarbij dit fenomeen afgebouwd werd en "gecriminaliseerd" terug omdraaien en dat betekent niet dat we opnieuw in een soort van vaag gedoogbeleid terecht moeten komen. Wooncampings moeten in het RSV kunnen worden opgenomen omdat ze een unieke en noodzakelijke vorm van rudimentair en goedkoop wonen zijn. Ervan uitgaan dat iedereen 100 en euro's aan huisvesting kan en/of wil uitgeven strookt niet met de realiteit. Mensen hebben bovendien ook gewoon het recht om een simpel leventje te leiden als ze dat willen.

4. Amnestie bouwovertredingen weekend-en bosgronden

Een amnestie voor illegale en zonevreemde en vergund geachte enz. bouwsels op weekend-en bosgronden. Alles wat er nu staat van bouwwerken en wat valt binnen de bestaande bouwoppervlaktenormen kan volledig gelegaliseerd worden zonder daarmee iets aan onze feitelijke ruimtelijke ordening te veranderen, want die bouwsels staan er nu toch al. Het huidige dubbelzinnige en vage gedogen kan omgezet worden in ondubbelzinnig regulariseren, waardoor deze bouwsels eveneens op de huurmarkt kunnen komen. In de praktijk bestaat er reeds een nagenoeg zerotolerantie tegen bouwsels die er heden nog bijkomen en daar hoeft dus niets aan te veranderen. Het fenomeen van de wildbouw dat we ooit hadden werd efficiënt gestopt en er is dus geen reden meer om wat er intussen dan toch nog staat uit de vroegere vage periode niet officieel te regulariseren. Problemen die zich eventueel stellen i.v.m. domiciliëren kunnen opgelost worden d.m.v. het referentieadres.

5. Kleinere sociale woningen bouwen

De huisvestingsmaatschappijen moeten geprikkeld worden om de komende jaren in eerste instantie meer en kleinere woonunits bij te gaan bouwen. Momenteel zijn de huisvestingsmaatschappijen veel te groot aan het bouwen. Sociale woningen moeten geen villa's zijn en grote (eigen) gezinnen hebben we (helaas) toch nog amper en voor zover we die dan nog wel hebben volstaat het bestaande patrimonium ruimschoots.

6. Aanpassen woonruimtenormen sociale huisvesting

Het aanpassen van de reglementen van de huisvestingsmaatschappijen naar een recht op een slaapkamer minder als dat er gezinsleden zijn i.p.v. 1 meer zoals het nu is. Wie nu reeds in een te grote woning woont kan men niet gaan verplichten om te verhuizen. Een niet onaanzienlijk aantal sociale huurders zal dit echter zonder verplichting toch uit eigen beweging doen.

5. Voorbereidende tewerkstellingsmaatregelen

Onze inactieven een spartaansere levensstijl opleggen is enkel te rechtvaardigen indien er ook voldoende reëele wegen zijn om boven die levensstijl uit te stijgen en dus aan het werk te gaan. We moeten dit eens pragmatisch leren bekijken in dit land. Werklozen activeren in een algemeen geldend beleid veronderstelt dat al deze mensen luiaards zijn. Voor een aantal geldt dit uiteraard maar ik ben toch ook al veel "werkende" luiaards tegengekomen eigenlijk. Het systematisch en eenzijdig de schuld van de werkloosheid op de werklozen steken is plat populisme en bovendien 19e eeuws en een al te simplistische en eenzijdige benadering van een veelal iets complexere en diverse problematiek. Er zijn bovendien twee betrokken partijen. Enerzijds zijn er wel degelijk werklozen die niet willen werken maar anderzijds zijn er evengoed werkgevers die gewoon geen langdurig werklozen willen overwegen.

Dat de overheid zich van dit laatste wel degelijk bewust is blijkt o.a. uit de doelgroepverminderingen. Deze maatregelen sorteren echter niet het gewenste effect. Men moet zich durven afvragen waarom de werkgevers bepaalde mensen desondanks de doelgroepverminderingen nog steeds aan de kant laten staan. Water volgt de gemakkelijkste weg. Werkgevers zijn daarin niet anders en de maatregelen hieronder zullen ervoor zorgen dat ze deze mensen wél terug zullen (moeten) opnemen op de arbeidsmarkt en wanneer dan werklozen desondanks nog steeds werkloos blijven dan kan men hen dat wel terecht gaan verwijten.

1. Stimuleren van arbeidsherverdeling.

Zowel om redenen van logistieke als fiscale aard neigen werkgevers ertoe om te veel te proberen werken met zo weinig mogelijk werkkrachten. Maar het zijn diezelfde werkgevers die zich dan ook het luidste beklagen over hoge werkloosheidscijfers die via de sociale lasten de loonkost omhoog drijven.

We kunnen dit euvel eenvoudigweg verhelpen door de werkgeversbijdragen nog meer dan nu werktijdsgerelateerd te maken in plaats van persoonsgerelateerd. Het eindresultaat moet zijn dat meer sociale lasten betaald worden om 4 personen 40 uur per dag te laten presteren dan om deze 40 uur door 5 of zelfs meer personen te laten presteren.

2. Een einde stellen aan de concurrentievervalsing die Oost-Europese arbeiders nog steeds plegen op onze arbeidsmarkt.

Omdat we lid zijn van de EU en schengenlid zijn kunnen we Oost-Europeanen of andere arbeiders uit andere EU-lidstaten niet weren van onze arbeidsmarkt. Evenmin kunnen we onze werkgevers verbieden om hen aan te werven. Wat we echter wel kunnen is ervoor zorgen dat ze de werkgevers evenveel kosten. Dit zal ervoor zorgen dat de voorkeur voor deze Oost-Europeanen al snel zal verdwijnen bij onze werkgevers, en ze er enkel nog een beroep op zullen doen indien ze werkelijk een meerwaarde voor hen betekenen of tenzij er echt tekorten zijn op onze eigen arbeidsmarkt. Een aantal maatregelen werden al genomen door Thyssen. Dat mag gezegd worden (Bron). Maar er blijft nog steeds een verschil in loonlast, o.a. doordat RSZ betaald wordt in het thuisland van de Oosteuropenanen en er is ook nog veel zwartwerk, schijnzelfstandigheid en in sommige sectoren mogen ze nog steeds officieel onder onze lonen werken.

Naar mijn mening moet een extra compenserende belasting opgelegd worden aan de werkgever ter waarde van het voordeel dat hij nu doet door RSZ te betalen in het buitenland. Tenslotte veroorzaakt hij ook werkloosheid bij ons door ons werk aan vreemdelingen te geven en die extra werkloosheid mag hij dan ook mee betalen. Wat ook gezegd moet worden in deze is dat werkgevers die het goed menen en wél liever onze eigen mensen werk zouden geven dit in sommige sectoren zelfs gewoonweg niet kunnen omdat ze dan niet meer kunnen concurreren tegen diegenen die het wel doen en het maar normaal vinden om zaken te doen op onze markt zonder via tewerkstelling ook koopkracht te laten terugvloeien naar diezelfde markt.

3. Dag, week en maand contracten gedurende het eerste jaar.

Er is een regeling nodig die werkgevers en werknemers de mogelijkheid biedt om op een lossere basis een samenwerking te starten én te beëindigen en die dan nadien nog altijd kan overgaan in een vaste samenwerking in de vorm van een contract voor onbepaalde duur. Dagloners behoren tot de verleden tijd. Zelfs via interimkantoren wordt dit nog nauwelijks gedaan. De wetgeving die te snel vaste contracten oplegt maakt dat een aanwerving vaak een te groot risico inhoudt voor de werkgever. Dit leidt tot extreme en belachelijke en tergende aanwervings-en selectieprocedures die bovendien veelal niet slagen in hun opzet. De I.B.O. regeling tracht op dit euvel te anticiperen en doet dat met gedeeltelijk succes maar trekt veel werkgevers nog steeds niet over de streep omdat de werkgever het contract niet zomaar kan stopzetten indien hij de verkeerde keuze maakte ( Zie vraag 6). Men moet de werkgever toelaten om de eerste werkweek met dagcontracten te werken, daarna gedurende de eerste maand met weekcontracten en daarna gedurende het eerste jaar met maandcontracten.

4. Eénmaken en hervormen van het dienstenchequestelsel en de PWA.

Het PWA stelsel moet opgaan in het dienstenchequestelsel en waarbij dat dienstenchequestelsel niet langer enkel gebruikt kan worden voor poetshulp en huishoudelijke taken. Wat dan overblijft moet een soort van laagdrempelige plaatselijke uitzendkantoren zijn die bemiddelen tussen losse werkkrachten enerzijds en anderzijds kleinschalige en/of incidentele en veelal particuliere werkgevers die vroeger hun behoeften lieten invullen door zwartwerkers. Deze vlotte en losse tewerkstellingsmogelijkheid moet mensen dan in staat stellen om in de mate dat ze dat zelf wensen en zonder al te vaste arbeidscontracten hun inkomen acuut en op korte termijn op te trekken boven het spartaanse niveau van het geplande basisinkomen.

5. Eenvormig maken van de mogelijkheid om bijberoep te combineren met werkloosheid.

Momenteel is het zo dat een werkloze niet mag starten met een bijberoep. Wie reeds een bijberoep had echter wanneer hij werkloos werd mag dit wel verder blijven doen en hetzelfde geldt voor kunstenaars. De springplank naar ondernemen dan weer is een uitzonderingsregeling want daarmee mag een werkloze wel gedurende een jaar proberen om een eigen zaak op te starten via een start in bijberoep. Na een jaar echter moet hij dan ofwel de boeken terug dicht doen en terug volledig werkloos worden of anders van zijn bijberoep een hoofdberoep maken. Weer alles of niets dus. Het is op deze manier denkbaar dat een werkloze er na een jaar in geslaagd is om laten we nu zeggen voor 1/3 een eigen baan te creëren via bijberoep en dus nog maar 2/3 werkloos is. Maar deze 1/3 e baan dan moet opgeven en terug volledig werkloos moet worden en terug volledig niks moet gaan doen. En dit terwijl ons sociaal stelsel anderzijds dan geen probleem ziet in een kunstenaar die voor 2/3 werkloos is of een zelfstandige in bijberoep die zijn hoofdberoep verloor en die dan dat bijberoep wel mag verderzetten. Niet erg consistent. Die springplank is dus helemaal niet nodig in feite. Men moet gewoon iedere werkloze hetzelfde behandelen en dat wil dus zeggen dat er geen verschil hoeft te worden gemaakt tussen een reeds daarvoor bestaand bijberoep en een tijdens de werkloosheid opgestart bijberoep. Als het voor de ene kan dan kan het voor de andere net zo goed en wat voor een kunstenaar kan moet voor een loodgieter toch net zo goed kunnen. Het was vroeger trouwens ook al zo. Vroeger mocht je als werkloze wel een zelfstandige activiteit in bijberoep starten.

6. Vlaanderen onafhankelijk ?

Aangezien België helaas nog steeds een realiteit is moet er bij het schrijven van dit alles ook uitgegaan worden van die realiteit. Het hoeft geen verder betoog dat het binnen het huidige België, al was het maar omwille van de ingewikkelde staatsstructuur geen sinecure zal zijn om het socialezekerheidsstelsel te hervormen. Een eventueel onafhankelijk geworden Vlaanderen zal bovendien sowieso het Belgisch SZ-model erven, waardoor er hoe dan ook van dat model vertrokken zal moeten worden.

Het rechtse onvoorwaardelijke spartaanse SZ-model zal echter ook Wallonië kunnen activeren. We moeten er immers vanuit gaan dat er geen luie Walen zijn, net zomin als dat er luie werklozen zijn. Wat we wel hebben is door socialisme lui gemaakte werklozen en Walen. Wellicht zou een heroplevende Waalse economie de Walen ook meer zelfvertrouwen kunnen geven om hun eigen weg te gaan.

Waar wel nog even de aandacht op gevestigd moet worden wanneer we het hebben over Vlaamse onafhankelijkheid en waar weinig nationalisten schijnbaar al eens ernstig over nagedacht hebben is het feit dat Vlaamse onafhankelijkheid een gelegenheid is om van nogal wat staatsschulden af te geraken. Indien België immers niet meer zou bestaan, schielijk overleden is als natie ... wat gebeurt er dan met de schulden van die overledene ?

Of misschien is het zelfs nog beter dat België niet overlijdt en toch blijft bestaan en in plaats van verdwijnt gereduceerd wordt tot het domein van Laken en waarbij aldus de Belgische staatsschulden het exclusieve probleem en privilege blijven van de bewoners van dat domein. De Walen hoeven de staatsschuld bovendien ook niet te erven volgens deze formule en daardoor kan hen ook een economisch heroplevingsperspectief geboden worden bij het idee om Belgie te verlaten.

Er zijn trouwens een aantal historische precedenten waarbij nieuwgeboren staten het vertikten om de staatsschulden van vroegere staten over te nemen.

Enkel de rente op onze staatsschuld zuigt al 3,2 percent van ons BBP op oftewel jaarlijks 11,5 miljard. Dat is al meer dan een zevende van wat we jaarlijks uitgeven aan de volledige sociale zekerheid en dan hebben we het nog niet eens gehad over de schulden zelf.

7. EU lidmaatschap ?

Indien Vlaanderen onafhankelijk wordt dan zal Vlaanderen EU lidmaatschap moeten aanvragen. Indien Vlaanderen dat zou doen dan zou de Belgische overkoepeling gewoon vervangen worden door een Europese. Het NVA model dus van een onafhankelijk Vlaanderen in name only. In de Vlaamse grondwet, voorgesteld door de NVA stond destijds ook al opgenomen dat Vlaanderen onderworpen zou zijn aan het internationaal recht. Wie dergelijke grondwetten schrijft voor een "onafhankelijk" Vlaanderen begrijpt mijns inziens niet eens goed wat het woord onafhankelijk ten gronde betekend.

Wat de mensenrechten betreft waren die bij ons reeds in voegen een eeuw voordat de VN en de EU bestonden en dus vormen deze twee instanties absoluut geen meerwaarde voor de mensenrechten in Vlaanderen. En voor zover deze instanties ooit al een geloofwaardigheid hadden op het gebied van mensenrechten zijn ze die door eigen toedoen allang terug verloren. De EU bvb. door te doen alsof er zich geen probleem heeft voorgedaan in Catalonië. De VN dan weer door schurkenstaten zoals Saudië Arabie en Venezuela toe te laten tot het orgaan dat geacht wordt over de mensenrechten te waken.

De EU is weliswaar voordelig voor de grote bedrijven ... maar niet voor de mensen. Wat de mensen betreft is de EU een oorzaak, een belangrijke oorzaak van verarming. We the people waren beter af voor de EU. De EU had er maar voor moeten zorgen dat de mensen ook voordeel hadden bij hun project. De EU koos er zelf voor om dat niet te doen en om arrogant enkel de belangen te dienen van de globalisten. Het is niet waar dat zonder de EU morgen de zon niet meer opkomt mensen. Wij hadden het vroeger veel beter en dat kan morgen terug zo zijn.

Dergelijke overweging is altijd een kwestie van de kosten en de baten tegen elkaar af te wegen. De economische samenwerking is zeker en vast een baat ja. Maar toen die er nog niet was concurreerden wij ook met China en kwam s'morgens ook gewoon de zon op. En de kosten overtreffen momenteel de baten. De enige manier om de EU tot hervorming te dwingen is trouwens door eruit te stappen. Enkel wanneer de lidstaten hiermee dreigen en dit dreigement desnoods ook uitvoeren is er hoop op verandering. Niks weerhoudt ons om er dan alsnog terug in te stappen. Hoe dan ook is de EU zoals ze nu is de bevolking ronduit vijandig en wie dus aan de juiste kant van de geschiedenis wil staan kan derhalve niet anders dan zich tegen die EU te kanten.

8. Terug naar een eigen munt ?

Het is nu eenmaal zo dat er bvb. binnen het huidige klimaatkader niet zoiets bestaat als armoedebestrijding.

Op dezelfde manier is dit een zeer heikel project binnen de onmogelijke Belgische staatsstructuur , die ontworpen werd om bestuur onmogelijk te maken en evenzo dus structurele veranderingen in het belang van de bevolking. De establishment heeft enkel voordeel bij behoud van de status quo waarin zij tenslotte ... de establishment zijn.

De EU dan is nog zo'n armoede bestendigend kader waarbinnen armoedebestrijding water naar de zee dragen is.

En 1 van de hoofdredenen daarvoor is de ECB die opzettelijk 2 percent inflatie veroorzaakt per jaar en dus een groeiverplichting van 2 percent oplegt aan alles en iedereen binnen haar jurisdictie en waardoor stilstand gelijk wordt gesteld aan verarming. Een tewerkstellings-of huisvestingsmaatregeltje links of rechts gaat aan dat structurele probleem echt niet verhelpen. We hebben een eigen monetair beleid nodig dat uitgaat van de realiteit en waarin groei nog steeds kan maar ook niet altijd persé moet. Een monetair beleid bovendien ook dat gevoerd wordt op maat van onze economie en niet op die van Zuid-italie, Portugal en Griekenland.

Vlaanderen onafhankelijk maken, uit de EU blijven of stappen en het klimaatverdrag opzeggen zijn uiteraard grootse stappen. Maar zoals de zaken er nu bij staan zijn ze onvermijdelijk om onze economie uit haar huidige kramp te krijgen. Deze supranationale mechanisaties zijn namelijk die kramp en naast ons historisch totaal verkeerd gegroeid socialistisch sociaalzekerheidsstelsel zijn zij mede dé hoofdoorzaken van een nakende en binnen het huidige macroëconomische kader onafwendbare recessie en grootschalige verarming.

De Belgische sociale zekerheid revisited - deel 4

Thierry J Wlazlak

03/12/2019

Net wanneer u onlinedating had opgegeven ...

Afbeelding

Datinggala.com

Allerlei

Survivalisme

English

In de kijker